IN BEELD

Erik Rozing
Het beste voor iedereen


We kenden hoofdpersoon Stella al uit Rozings eerdere, zeer lovend ontvangen De psychiater en het meisje. Stella is een jonge, aantrekkelijke borderlinepatiënte met een aanstekelijk gevoel voor humor, die er een sport van maakt zo dicht mogelijk bij haar jonge, soms instabiele psychiater in opleiding te komen.
In dit nieuwe boek wil Stella een eind aan haar leven maken met behulp van Stichting de Einder. Al sinds haar 9de is ze cliënte in de geestelijke gezondheidszorg. Ze heeft achttien jaar therapieën achter de rug en boekt geen enkele vooruitgang. Ze beschouwt zichzelf als uitbehandeld. Op de vraag waarom ze niet verder wil, antwoordt ze: ‘Er is geen verder. Het enige dat ik nog heb, ben ik zelf. Hoe langer ik leef, hoe minder er van mij overblijft.’ Het boek speelt zich af in de laatste weken voor haar zelfgekozen dood, als ze wordt gevolgd door een jonge filmmaker, Milou.
Erik Rozing – die onder eigen naam en als psychiater in de roman voorkomt en het ook een autobiografische roman noemt – is geïnspireerd door de documentaire Ik laat je gaan van Kim Faber uit 2014. Doel van Milou is ‘voor het eerst in beeld te brengen hoe mensen als jij, met ondraaglijk psychisch lijden, gebruik kunnen maken van hun zelfbeschikkingsrecht’.
Gaandeweg brengt zij Stella ertoe over haar verleden te vertellen. Zo gaat de lezer inzien hoe complex de werkelijkheid waar- mee Stella moest leven, voor haar is. Wordt duidelijk wat de vruchtbare voedingsbodem was voor haar trauma’s. Hoe ernstig de psychiatrie vaak tekortschiet, hoe patiënten – soms ondanks een lang behandeltraject – niet de therapie of therapeut krijgen die ze werkelijk nodig hebben. En hoe de hoop op herstel daardoor verdwijnt, er een onleefbaar leven overblijft en de dood de enige uitweg lijkt. Een interessante, gelaagde, bijzonder geslaagde en met veel vaart geschreven roman, die naar meer smaakt. •

Norbert Splint
Dood kind


Nooit eerder meegemaakt dat er een boek ter bespreking wordt toegestuurd met daarin een persoonlijke – nog wel met vulpen geschreven – opdrachtvan de auteur en een ‘dank voor de inspiratie’…
Norbert Splint (1969), die als tekstschrijver werkzaam is, publiceerde eerder een kluchtige roman: De Zorgpartij. Daarin was zonder al te veel moeite Henk Krols 50Plus te herkennen. In dit nieuwe boek zijn achttien korte verhalen gebundeld. Centraal thema is: kinderen met wie het slecht afloopt. Ook hun moeders staat niet veel goeds te wachten. Iedereen staat er uiteindelijk alleen voor.

Het zijn stuk voor stuk zeer vaardig geschreven verhalen. Of ze nu gaan over een oude dame die besluit een einde aan haar leven te maken met behulp van de ‘plastic-zakmethode’, of over Kees die vele manier heeft overwogen – ‘variërend van met in de lengte opengesneden aderen in bad gaan zitten tot van een flatgebouw springen’ – voor hij een definitieve keuze maakt. Of het de overkill aan ellende is, of het cynisme, weet ik niet, wel dat ze me koud lieten. •

Mirjam Scholten
Uiteindelijk


Mirjam Scholten (1953) is werkzaam als ondersteuner bij rouw en verliesverwerking. Vrij voor de hand liggend dus dat zij zich ook vragen ging stellen over haar eigen levenseinde. Hoe zou ze dat graag zien? Wat zijn de keuzes?
Scholten verdiepte zich in de literatuur, sprak met nabestaanden, artsen en andere professionals over hun ervaringen en inzichten rondom de laatste levensfase. Het boek is bedoeld als ondersteuning voor mensen zoals zijzelf, die nadenken over het onvermijdelijke einde en dat in goede banen willen leiden.
De auteur gaat ook in op bijvoorbeeld de zorg waaraan behoefte kan zijn in de periode voorafgaand aan het sterven, het opstellen van wilsverklaringen en manieren om een humane dood in eigen regie te bewerkstelligen.
Een praktisch boek dus. •

A.N.Ryst
De nadagen


De titel Portret van een huwelijk was al vergeven, maar anders zou dat de ideale naam zijn geweest voor deze ontroerende, geestige roman. Daan Remmert de Vries is bekend als schrijver van vele mooie kinderboeken. Dat hij hiermee een heel ander genre beoefent, wil hij benadrukken door gebruik te maken van het pseudoniem A.N. Ryst.

In De nadagen staat een ouder echtpaar centraal, gemodelleerd naar zijn eigen ouders. Het brengt de dagen door in hun Friese buitenhuisje, genietend van de woeste natuur. De conversatie bestaat meestal uit gekibbel. In een vraaggesprek vertelde de auteur dat hij 25 jaar lang aantekeningen heeft gemaakt van hun samenspraken.

De vader dementeert langzaam. ‘Ik vind geen impuls meer in het leven’, constateert hij. Op een even nonchalante manier brengt hij het onderwerp euthanasie ter sprake: ‘Die avond sprak hij over de pil van Drion. “Jazeker”, zei hij, “ja, dat vind ik een oplossing voor als het niet meer gaat.” “Hè ja”, zei mijn moeder. “Lekker. En ik dan?”’

Mieke Maerten
Ik moet nu gaan


Mieke Maerten schrijft indruk­wekkend over ‘het afscheid van een man die ik mijn zoon mocht noemen’. Pieter leed aan botkanker en koos ervoor via euthanasie dit zeer pijnlijk geworden leven te verlaten. Hij werd 36.

De Belgische auteur studeerde wijsbegeerte en moraalwetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Zij schreef niet zozeer als wetenschapper, maar als moeder. Ze koos voor de vorm van een innerlijke dialoog met haar zoon, beginnend ‘vanuit de pijn van een nakend afscheid op 7 oktober 2014’. Het boek voltooide ze op 9 februari 2018.

Het is een drieluik over ziekte, euthanasie en rouw. Zijn ziekbed geeft haar de kans om haar zeer alternatief levende zoon, die gespeend is van elke vorm van materialisme, beter te leren kennen en meer te waarderen. Na zijn dood is het de rouw die met een ‘onwaarschijnlijke kracht op haar inbeukt, het verleden in een eruptie naar de oppervlakte stuwt’, en die haar breekbaar maakt.

Jacques Vriens
Code kattenkruid


De ondertitel van deze speciaal voor kinderen geschreven roman luidt: Hoe mijn opa vrolijk doodging. En daar gaat het over. De opa van Stijn, net 13, is een vrolijke baas van 79, die Marinus heet. Opa heeft kanker. ‘Ik ben ziek, zegt de dokter. En ik word nog zieker en ga dood, maar nu nog niet.’

Opa heeft besloten zich niet te onderwerpen aan chemotherapie, en ook niet te ‘wachten tot hij langzaam in elkaar stort van ellende’. Hij heeft met de huisarts over euthanasie gesproken en legt zijn kleinzoon uit wat dat precies betekent.

Opa heeft ook een verzoek aan Stijn: als hij het codewoord ‘kattenkruid’ uitspreekt, moet Stijn de brief pakken waarin opa zijn wensen nog eens heeft opgeschreven. Dit voor het geval opa te lang wacht met zijn beslissing en hij ‘rare praatjes gaat verkopen of alleen nog maar ligt te reutelen’.

Gelukkig blijkt het niet nodig dat Stijn zich aan zijn belofte houdt. Eerst ondernemen de twee een lange fietstocht. In die dagen ziet Stijn hoe zijn altijd zo grappige, stoere opa er werkelijk aan toe is en kan hij vrede krijgen met diens besluit niet langer te willen leven. Stijn is er, net als zijn ouders, zelfs bij als zijn opa thuis euthanasie krijgt en rustig sterft.

Razendknap is het hoe Vriens, glashelder en zonder pathos, een lastig thema als euthanasie voor kinderen begrijpelijk en behapbaar maakt. En dat alles ook nog eens in een aantrekkelijk verhaal weet te verpakken. Voor hij een succesvol kinderboekenauteur werd, was Jacques Vriens onderwijzer. Dat is naar zijn zeggen de beste basis voor het schrijverschap omdat je op een school met alle belangrijke dingen in het leven wordt geconfronteerd: liefde, verdriet, ruzie, vriendschap.

Zie het filmpje voor een bespreking van het boek door Abuallah. •