Wilt u gereanimeerd worden in de laatste levensfase, of niet? Opgenomen worden in het ziekenhuis? Behandeld met levensverlengende medicatie? Dit zijn enkele van de vragen die kaderhuisarts ouderengeneeskunde Brenda Ott voorlegt aan haar oudere patiënten. Het doel: behandeling en zorg in de laatste levensfase beter af kunnen stemmen op hun wensen.

Kaderhuisarts Brenda Ott voert gesprekken over laatste levensfase met oudere patiënten

'Ouderen vinden het fijn als je erover begint'

Wilt u gereanimeerd worden in de laatste levensfase, of niet? Opgenomen worden in het ziekenhuis? Behandeld met levensverlengende medicatie? Dit zijn enkele van de vragen die kaderhuisarts ouderengeneeskunde Brenda Ott voorlegt aan haar oudere patiënten. Het doel: behandeling en zorg in de laatste levensfase beter af kunnen stemmen op hun wensen.


Toen huisarts Brenda Ott uit Zeist in de zomer van 2010 aan het opruimen was, kwam ze allerlei bewaarde artikelen over ouderen tegen. ‘Ik dacht meteen: hier wil ik wat mee.’ Ze besloot de kaderopleiding ouderengeneeskunde te gaan doen. Als afstudeerproject bracht ze de niet-reanimeerwensen van kwetsbare ouderen in beeld en ontwikkelde ze een ‘wilsverklaring tot niet-reanimeren’.

Tijdens gesprekken die ze hierover voert met patiënten merkt Ott dat veel mensen niet goed weten wat reanimeren inhoudt. ‘Vaak denken ze dat er maar twee uitkomsten zijn: de reanimatie mislukt en je gaat dood, of de reanimatie is succesvol en je leeft gewoon verder. Cijfers laten echter zien dat de kans op een succesvolle reanimatie, zeker bij ouderen, klein is. Van de honderd mensen die 70 jaar of ouder zijn, overleven er buiten het ziekenhuis maar acht een reanimatie. En van deze acht loopt de helft ernstige en blijvende schade op. Reanimatie leidt dan ook vaak tot een verstoord sterfbed. Daar wil ik ouderen bewust van maken, zodat ze goed geïnformeerd keuzes kunnen maken.’


Melding > Als mensen een niet-reanimerenverklaring hebben, wordt dit doorgegeven aan de huisartsenpost. Zodra er wordt gebeld voor een patiënt met een niet-reanimerenverklaring, krijgt de triagist (degene die de telefoon aanneemt en een eerste inschatting van de hulpvraag maakt) daarvan een melding. ‘Dan sturen ze niet zo snel een ambulance, maar regelen bijvoorbeeld een visite van de huisarts.’

Ott vindt het een hiaat dat er (nog) geen mogelijkheid is om behandelwensen, vooral voor niet-reanimeren, over te dragen aan ambulancemedewerkers. ‘Als mensen op straat een hartstilstand krijgen, zullen ambulancemedewerkers alles inzetten op reanimeren.’ Wil je niet gereanimeerd worden, dan is het raadzaam een niet-reanimerenpenning te dragen als je de straat op gaat, is Otts advies dan ook. ‘Professionele hulpverleners zijn verplicht te kijken of iemand zo’n penning draagt.’

Kwaliteit leven > Het onderwerp niet-reanimeren staat niet op zichzelf, merkte Ott al snel. Het is onderdeel van gesprekken met ouderen over al hun wensen, doelen, voorkeuren en keuzes over toekomstige zorg rond het levenseinde. ‘Er kunnen met de patiënt bijvoorbeeld ook afspraken worden gemaakt of hij nog naar het ziekenhuis wil om behandeld of geopereerd te worden. Of levensverlengende medicatie gewenst is bij bijvoorbeeld een infectie. Wie de wettelijk vertegenwoordiger is. Enzovoort. Advance Care Planning heet dat: je helpt patiënten om plannen te maken voor toekomstige (medische) zorg voor het moment dat zij daar minder goed toe in staat zijn.’

Het voeren van Advance Care Planning-gesprekken zal alleen maar toenemen, merkt Ott in haar praktijk waar de patiëntenpopulatie gemiddeld hoger opgeleid is. ‘De babyboom-generatie is nu 70-plus en ziet er enorm tegenop om kwetsbaar oud te worden. Deze generatie gaat voor kwaliteit van leven én sterven. Het geeft mensen rust als ze over hun behandelwensen en zorg rond hun levenseinde kunnen praten, en dit waar mogelijk hebben vastgelegd.’


Onbewust onbekwaam > Soms beginnen patiënten zelf over het levenseinde. Maar meestal komt een arts er alleen maar achter wat iemands behandelwensen zijn als hij er zelf naar vraagt. Volgens Ott hebben juist huisartsen de uitgelezen positie om deze gesprekken te voeren. ‘Zij kennen hun patiënten al langer. Ze kunnen het gesprek thuis aangaan, in de vertrouwde omgeving. En ze hebben de mogelijkheid om dat gesprek bij herhaling te voeren, bijvoorbeeld tijdens een visite of na een opname in het ziekenhuis. Die herhaling is belangrijk, want de omstandigheden en zienswijze van een patiënt kunnen in de loop der tijd veranderen. Een toekomstige wilsonbekwaamheid, zoals bij beginnende dementie, kan ook een belangrijke reden voor het gesprek zijn.’

Niet alle huisartsen vinden het makkelijk om het gesprek over de laatste levensfase aan te gaan. Veel huisartsen zijn ‘onbewust onbekwaam’ als het om ouderen gaat, constateert Ott. ‘Het levenseinde komt in de opleiding nauwelijks aan bod. Artsen worden nu eenmaal opgeleid om mensen beter te maken. De ene huisarts heeft ook meer voeling met het onderwerp dan de ander. Zo zijn er artsen die menen dat ze de patiënt hoop ontnemen als ze het onderwerp aansnijden. Mijn ervaring is juist dat ouderen het fijn vinden als je erover begint. En je krijgt er als arts ook veel voor terug. De meest bijzondere verhalen komen tijdens zo’n gesprek naar boven.’


Handvatten > Zeker niet onbelangrijk vindt Ott dat Advance Care Planning ook kostenbesparend kan werken, al zou dat natuurlijk nooit de belangrijkste drijfveer moeten zijn. ‘Uit een Amerikaans onderzoek over de ‘quality of death’ van oncologiepatiënten in de laatste levensfase bleek dat hoe hoger de kosten waren in de week voor het overlijden, hoe slechter de kwaliteit van leven die in die laatste dagen werd ervaren. Het tijdig voeren van gesprekken over behandelwensen voorkwam niet alleen nodeloze overbehandeling, maar leidde ook tot een reductie van de behandelkosten. Die conclusie heeft mij destijds erg aan het denken gezet.’

Om artsen te helpen Advance Care Planning in hun praktijk te implementeren, herschreef Ott in 2017 een toolkit die hiervoor handvatten geeft. Een tip die ze artsen meegeeft: ‘Geef non-verbaal aan dat je de tijd hebt voor het gesprek. Doe je jas uit en ga rustig zitten. Voel als het ware de rugleuning van de stoel, zodat de patiënt niet de indruk krijgt dat je haast hebt. Dan kun je in een kwartier al veel bespreken.’


De niet-reanimerenverklaring van Ott is te downloaden op thuisarts.nl, via het dossier Levenseinde. De niet-reanimerenpenning is te verkrijgen bij de Patiëntenfederatie, via patientenfederatie.nl

Bent u lid van de NVVE, dan kunt u een behandelverbod downloaden en opstellen. Dat geldt ook voor reanimeren.


Tekst: Marleen Peters • Foto's: Hes van Huizen

Deel deze pagina