Psychiater in opleiding onderzocht oordelen over casussen euthanasie bij psychiatrie

‘Data helpen om het debat te nuanceren’

Praten over euthanasie bij psychiatrische patiënten zorgt bijna altijd voor een verhit gesprek. Psychiater in opleiding Sisco van Veen (30) gelooft dat (wetenschappelijke) data kunnen helpen om het debat te nuanceren. Want dat debat is ‘enorm gepolariseerd, vooral in het buitenland, maar ook hier.’

In het kader van zijn promotie bestudeerde Sisco van Veen de 35 online gepubliceerde oordelen van de regionale toetsingscommissies euthanasie (RTE’s) die gaan over mensen die in de periode 2015-2017 om psychische redenen euthanasie kregen. Het bleek vooral om vrouwen van boven de vijftig te gaan.

‘Het is natuurlijk een heel kleine dataset’, nuanceert Van Veen, ‘maar aangezien een onderzoek van de Amerikaan Scott Kim eenzelfde beeld liet zien, durf ik er wel enig gewicht aan te hechten. Hoewel zo’n rapport slechts beperkte informatie biedt en er stapels dossiers achter schuilgaan, heb ik echt het idee dat wij in Nederland niet over één nacht ijs gaan. Het gaat om mensen die werkelijk verschrikkelijk hebben geleden.’

Hoewel Van Veen begrijpt dat het in verband met privacy lastig is om meer gegevens vrij te geven, gaat er wel een schat aan informatie verloren. Informatie die in zijn ogen ook nuttig kan zijn voor het debat over euthanasie in de psychiatrie.

‘Zo wordt er regelmatig gesproken over een hellend vlak, omdat er ieder jaar meer mensen met een psychiatrische aandoening euthanasie krijgen. Als je de oordelen van de toetsingscommissies bekijkt, zie je dat het weliswaar om meer mensen gaat, maar dat de redenen voor euthanasie niet lijken te veranderen. Het is dus niet zo dat psychiaters eerder euthanasie verlenen. Het gaat er vermoedelijk vooral om dat meer mensen de weg weten te vinden naar bijvoorbeeld het Expertisecentrum Euthanasie (voorheen Levenseindekliniek). Ik geloof dat data kunnen helpen om het echte verhaal te vertellen.’


Andere realiteit > Sisco van Veen heeft altijd een sterke interesse gehad in ethiek en in de werking van hersenen en de belevingswereld van mensen. Dat bracht hem tot zijn keuze voor de specialisatie psychiatrie. ‘Het blijft een uitdaging om een goed gesprek te hebben met iemand wiens realiteit er totaal anders uitziet dan de jouwe. Zo kan het gebeuren dat ik denk dat een patiënt een psychose heeft en dat die begrijpt dat ik dat zeg, maar dat hij er zelf van overtuigd is dat de CIA achter hem aanzit. En dat iemand die last heeft van een depressie, ervan overtuigd is dat hij helemaal niets waard is. Dan gaan we samen op zoek naar een manier om die denkwijze om te draaien. Het is fantastisch als dat lukt.’

Van Veen komt uit een ‘journalistennest’. ‘Maatschappelijke betrokkenheid is me met de paplepel ingegoten. Je moet weten wat er in de maatschappij speelt om psychiater te kunnen zijn. Wat is “normaal” en hoe vinden we met z’n allen dat we om moeten gaan met mensen die de werkelijkheid anders ervaren dan de meesten?’

Spanningsveld > Bij euthanasie in de psychiatrie gaat het in essentie om het spanningsveld tussen wat je “overbescherming” en “onderbescherming” zou kunnen noemen, zegt hij. ‘Bij overbescherming zeg je eigenlijk: jij mag niet meedoen. Voor jou gelden de wetten omtrent euthanasie niet. We moeten jou tegen jezelf beschermen. Dat is het uitgangspunt in verreweg de meeste landen.

In het geval van onderbescherming gaan we misschien te snel over tot euthanasie. We weten nooit 100 procent zeker of iemand is uitbehandeld, we kunnen niet in de toekomst kijken. Er zijn gevallen bekend van mensen met een depressie voor wie geen behandeling meer mogelijk was, en die daar na twintig jaar toch ineens uitkomen. Vaak niet eens dankzij medisch ingrijpen.

Dat is voor mij overigens geen absoluut argument tégen euthanasie, want wie ben ik als behandelaar om tegen iemand te zeggen: je moet dit lijden nog jaren dragen, wie weet komt er ooit wel een einde aan? De vraag wanneer iets uitzichtloos is, is niet zwart-wit. Maar als we meer empirisch onderzoek doen, kunnen we het schemergebied kleiner maken. Want dat is waar veel patiënten die om euthanasie vragen, zich bevinden. Die vraag over uitzichtloosheid beantwoorden is doodeng voor psychiaters. Hoop geven is de kern van ons vak.’


Niet te snel faciliteren > In het debat over euthanasie in de psychiatrie ontbreekt er volgens Van Veen een element. ‘Wat ik in de discussies mis, is dat je mensen kunt helpen bij het leren leven met een verschrikkelijke werkelijkheid. Dat gebeurt bijvoorbeeld wel met mensen die een dwarslaesie krijgen. Je ziet daar dat het loslaten van willen herstellen, soms toch tot een bepaalde vorm van herstel kan leiden. Of in ieder geval acceptatie.

Ik wil niemands leed bagatelliseren, maar het zijn wel processen die tijd nodig hebben. Het grootste deel van de patiënten die een poging tot zelfdoding hebben gedaan, is achteraf blij dat het niet is gelukt. We moeten mensen daarom niet te snel faciliteren in hun doodswens.

En kiezen mensen voor zelfdoding als hun euthanasieverzoek wordt afgewezen? Het expertisecentrum doet daar nu onderzoek naar. Daar ben ik blij om, want we weten namelijk niet of dat zo is. Dus als mensen zeggen dat je patiënten moet helpen omdat ze anders voor een trein springen, is dat niet gebaseerd op data, op feiten.’

Van Veen heeft begrip voor beide kanten van het debat en wil graag in het midden uitkomen. ‘Voor mij zijn de verlichte liberale waarden van abortus en euthanasie heel normaal. Ik heb de strijd die daarvoor nodig was, niet meegemaakt. In mijn ogen hebben we een heel goede situatie gecreëerd in Nederland. Een perfecte praktijk ga je nooit vinden. Dat is ook een oneerlijke eis. Maar we moeten blijven streven naar een gebalanceerde praktijk op basis van zoveel mogelijk empirische data.’

Tekst: Martien Versteegh | Foto: René ten Broeke

Deel deze pagina