IN BEELD

image

Sheldon Solomon, Jeff Greenberg en Tom Pyszczynski
Uitgeverij Boom, € 27,50
-
Hoe de dood ons drijft


Rechters die zwaardere straffen opleggen als ze vlak voor hun uitspraak aan de dood worden herinnerd. Mensen die een grotere voorkeur voor producten uit eigen land blijken te hebben als ze een vragenlijst invullen bij de supermarkt op de hoek van een begraafplaats, dan op een plek waar de dood niet aanwezig is. En een onderzoek waarbij acht keer zoveel mensen aangeven te zullen stemmen op een president die hen laat weten dat ze deel uitmaken van een speciale natie, nadat de dood in de vragenlijst voorbij is gekomen. Het zijn slechts enkele van de onderzoeken die aan bod komen in het boek Hoe de dood ons drijft.

Mensen worden, volgens de auteurs van dit indringende boek, materialistischer en nationalistischer als de dood aan de rand van hun onbewuste zweeft. Ook zijn ze eerder geneigd tot wraak en het nemen van verdovende middelen. En de lijst met negatieve effecten gaat maar door. Ze leggen bovendien een verband tussen psychische klachten en doodsangst. Je zou bijna gaan denken dat het een slecht idee is om over de dood te praten. Het tegendeel is echter waar. Mensen die de opdracht kregen twintig minuten lang over hun eigen dood te schrijven, vertoonden niet dezelfde reacties als de mensen bij wie de gedachte aan de dood kort voorbijkwam en daarna weer werd weggedrukt.

Dat laatste gebeurt juist frequent in ons dagelijks leven. Denk bijvoorbeeld aan alle berichten in de media over oorlogen, aanslagen en ongelukken. Wat te doen aan die onbewuste reacties? Moeten we ons hier gewoon bij neerleggen? Nee, de auteurs eindigen gelukkig met een hoofdstuk Leven met de dood. Daarin bieden ze de lezer, onder meer aan de hand van een aantal filosofen, handvatten om beter met die doodsangst om te gaan. Ze hopen ‘dat, nu je weet dat gedachten aan de dood een reeks ongelukkige verdedigingsmechanismen in werking stellen, je beter in staat zult zijn om ze te beheersen en te veranderen’. Dit boek lezen is daar vermoedelijk een goed begin voor.

image

Marja Havermans
Uitgeverij Damon, 19,90
-
Sterven als een stoïcijn
Filosofie bij ziekte en dood


‘Het is een misverstand te denken dat een stoïcijn geen emoties heeft of toont. Een echt stoïcijnse levenshouding betekent dat je emoties erkent. Vervolgens probeer je te achterhalen welke oorzaak erachter zit en dan kun je zelf je emoties met behulp van je verstand bijsturen.’

Marja Havermans is de eerste om toe te geven dat dat een enorme uitdaging is als je te horen krijgt dat je man, met wie je al veertig jaar lief en leed deelt, binnen een jaar zal overlijden. Toch helpt de filosofie haar en haar man Paul om met de situatie ‘te dealen’, zoals ze zelf schrijft.

Havermans wisselt het persoonlijke relaas over de laatste levensfase van Paul af met filosofische inzichten. Dat maakt het niet alleen een herkenbaar verhaal voor bijna iedereen die iemand verloren heeft aan een slopende ziekte, maar vooral ook een hoopvol, leerzaam boek. Een stoïcijn zijn betekent niet dat je onbewogen bent, wel dat je aanvaardt wat je niet kunt veranderen. Maar ‘sterk zijn hoeft niet, niets hoeft, alles is goed’.

image

Frits SpitsUitgeverij Luitingh-Sijthoff,
€ 24,99
-
Alles lijkt zoals het was
Nieuwe standaards over liefde, leven en verlies


‘Frits zou Frits niet zijn als hij zijn verhaal (over het jaar na het overlijden van zijn vrouw) niet zou vertellen aan de hand van liedjes en teksten die veel voor hem betekenen en hem juist in deze fase helpen om door te gaan’, schrijft Cornald Maas in het voorwoord van Alles lijkt zoals het was.

En dat doet Spits, radiomaker en tv-presentator, mooi. ‘Voor u ligt een boek dat ik nooit had willen schrijven’, zo begint zijn verhaal, en daarmee voel je meteen zijn pijn. Die pijn is begrijpelijkerwijs groot. Spits moet zichzelf opnieuw uitvinden in een leven zonder zijn Greetje.

Maar één ding blijft, en dat is de muziek. Een liefde die hij ook deelde met zijn vrouw. Het mooie aan muziek is dat het zoveel verschillende mensen kan aanspreken. Het raakt iets universeels. ‘Het is natuurlijk onzinnig’, schrijft Spits daarover, ‘de gedachte dat bijna elk liedje over mij gaat, dat míjn verhaal wordt verteld.’

En dat schrijft hij in het hoofdstuk over Kom terug van Anouk. Een nummer dat over een verbroken relatie gaat, maar dat Spits meesleurde ‘naar de eenzame vlakte van de dood’. In de stem en de teksten van Anouk en vele anderen voelt hij herkenning.

Zelf noemt hij zijn boek een muzikale bedevaart langs de mooiste nieuwe Nederlandstalige muziek. Er zitten twee cd’s bij het boek. Voor wie de nummers nog niet kent, of gewoon om op te zetten en je mee te laten voeren in je eigen verhaal.

image

Fen Verstappen
Das Mag Uitgevers, € 19,99
-
Moeder af


‘Op een dag ben je af als moeder. En op een dag ben je moeder af.’ Dat is de kern van het debuut van Fen Verstappen. Het ik-personage van dit kleine, bijna poëtische boekje heeft niet het gevoel dat ze moeder werd op het moment dat haar dochter werd geboren, maar ze werd moeder omdat het kindje bleef. ‘En zo’, schrijft ze over haar moeder, ‘is het niet de hersenbloeding die jou iemand anders maakte, maar dat je die ander bent gebleven’. Het zijn dus geen momenten, maar processen. In het geval van de hoofdpersoon van het verhaal moet ze op hetzelfde moment in haar leven het hoofd bieden aan deze totaal tegenovergestelde processen, die haar beide angst inboezemen.

De verteller is namelijk zwanger van haar eerste kind op het moment dat haar dominante, creatieve, eigenzinnige moeder een hersenbloeding krijgt. Haar moeder leeft weliswaar nog wel, maar kan niet veel meer uitbrengen dan ‘godverdomme’ en ‘mooie dingen’.

In korte hoofdstukjes wisselt Verstappen af tussen het heden, waarin zij moeder is en haar moeder moeder-af is, het verleden van vóór de hersenbloeding, en de tussenliggende periode. Over de paniek die binnen dendert bij het horen van het nieuws dat het goed mis is met haar moeder, over het leren omgaan met die nieuwe situatie en daar ook een soort van berusting in vinden, en ook de hel van de bevalling waarbij haar moeder afwezig is. Niets en niemand ontziend, ook zichzelf niet, schetst de ik-persoon een rauw familieportret, maar ze slaagt erin je te laten meeleven en mee-rouwen met die hele wonderlijke familie.

image

Berthe SpoelstraUitgeverij Van Oorschot,
20,00
Schemerland


Daar zit je dan, opgesloten in je eigen huis én in je eigen hoofd. Om je heen ruimen je kinderen liefdevol doch kordaat je spullen op – en daarmee ook je leven. Jou rest enkel nog de fantasie, de dagdroom, het schemerland tussen de langzaam vervagende aardse wereld en … – ja, en wát?

In Schemerland zit je als lezer een volle week gevangen in het hoofd van Jeanne, 85 jaar, slecht ter been, dementerend. Ze praat niet meer, registreert nog wel. Fantaseert nog wel. Het is de week waarin haar kinderen haar appartement leeghalen. Zodat ze naar een verpleeghuis kan, voor de hoogwaardige zorg die de conciërge en de kinderen zelf niet meer kunnen bieden.

Berthe Spoelstra, theaterwetenschapper, tovert met taal, onnavolgbaar soms, bij vlagen poëtisch. Denkt een demente in zulke volzinnen? Zó bloemrijk? Als de spraak wegvalt, kunnen we enkel nog gissen. We horen de kinderen praten en hun moeder reflecteren. Terwijl Jeanne vlucht in herinneringen, in verzonnen verhalen, of in een schilderij aan de muur.

Met de dag wordt het mengsel van observaties, herinneringen en verzinsels onsamenhangender. Met Jeanne verdrink je geleidelijk in de golven in haar hoofd, in haar verbeelding. ‘Ik kan niet veel meer hebben. Alles is gedoe. Laat mij hier rustig zitten, alsjeblieft. Gedachten dwalen weg als schapen. De voerman heeft geen kudde meer. Hond en herder weg, ik krijg geen vat meer op mijn hersenrijk. Een sleutel glijdt in het slot, gedachtenflarden glippen weg.’

Deel deze pagina