IN DE REGIESTOEL

ZAADJES ZAAIEN ‘Mijn man Hans is in mei 2019 overleden. Hij was in vijf jaar tijd in snel tempo gaan dementeren. Toen we de uitslag hoorden, dacht ik hem bij leven al te verliezen. Maar dat is niet gebeurd. Het is wel heel anders geworden. Misschien doordat hij niet meer kon praten, hebben we elkaar juist heel goed begrepen. Hoewel Hans een volledige afasie had, waren wij in staat samen in de taal van handen en ogen te praten. “Jij gaat nu zaadjes zaaien van vertrouwen in mij”, zei ik tegen hem. “En ik moet plantjes poten voor geduld.” Dat is ons gelukt en ik heb dat beeld voortdurend herhaald. Als ik eens kortaf was, zei ik: “O, ik ben vergeten te planten.”’

DESKUNDIG TEAM ‘Hoewel wij allerlei zaken al hadden geregeld, is Hans de dag na de uitslag direct naar de huisarts gegaan om zijn euthanasieverklaring bij te werken. Hij kwam daar tevreden van terug. Een van de goede beslissingen was een andere huisarts te nemen omdat we behoefte hadden aan meer zorg en aandacht. Toen de nieuwe huisarts aangaf dat de wens voor euthanasie bijna onbespreekbaar voor hem was, hebben wij dit geaccepteerd. Hij heeft gezorgd voor een deskundig zorgteam dat ruim twee jaar met ons heeft meegelopen. We hebben een niet-behandelplan gemaakt. Daar kon Hans nog aardig goed in meegaan. Hij begreep het en kon mij corrigeren als iets niet klopte.’


KRUIMELTJES ‘Wij spraken nooit over de regie houden, maar zeiden dat we de kruimeltjes van het leven niet hoefden. Als oncologieverpleegkundige heb ik ervaren dat mensen vaak maar door willen gaan met behandelingen. Maar ik zag ook patiënten die zeiden: dat laatste stukje hoef ik niet meer. Ik heb dat benoemd als de kruimeltjes van het leven en gebruikte dat woord ook naar mijn patiënten. Dat was altijd duidelijk: de een eet die nog met plezier, de ander laat ze liggen.

Een andere afspraak van ons was de handen op de rug te houden. Een afwachtende houding was voor Hans – zelf huisarts geweest – heel herkenbaar. Bij beslissingen wachtten we eerst even af. Pas na Hans’ overlijden heb ik ontdekt dat het in die bewoordingen als een mantra met ons is meegegaan.’

HANDEN OP DE RUG ‘Omdat Hans wilde versterven, ben ik gaan uitzoeken wat dat betekent. Ik heb veel gelezen en informatie ingewonnen. Tegelijk wilde ik mij er niet in vastbijten. Je kúnt niet het hele pad uitstippelen. Ik heb erop vertrouwd dat het goed zou komen. Dat kon ik Hans ook uitleggen. Daarna hebben wij ons gericht op dat waar we blij van werden.

Tot de dag dat Hans tijdens het boodschappen doen in de supermarkt plotseling achteroverviel en hij op de spoedeisende poli van het ziekenhuis terechtkwam. Daar heb ik de arts gevraagd de handen op de rug te houden en geen onnodige dingen te doen. Ik hoefde niet te weten waarom Hans was gevallen, maar maakte duidelijk dat ik hem per se thuis wilde hebben. Dat was zijn plek, daar hoorde hij.

Toen hij thuis in bed lag, zei ik: “Hans, hier mag je doodgaan.” Er biggelde een traan over zijn wangen en ik wist dat hij het begreep. Na twaalf dagen is hij heel rustig gestorven. Je zou willen dat iedereen zo prachtig dood mag gaan. Ruim een half jaar later kijk ik daar heel tevreden op terug. Het is net of ik die periode steeds opnieuw uitpak.’ •


Ook eens plaatsnemen In de regiestoel? Mail naar relevant@nvve.nl.

NAAM Sina Scholte | LEEFTIJD 73 | WOONPLAATS Winschoten | WERK voormalig oncologieverpleegkundige | PRIVÉ weduwe, 3 zoons, 2 dochters en 3 kleinkinderen | LID VAN DE NVVE SINDS 2013

Tekst Wim Huijser • Fotografie: Maurits Giesen

Deel deze pagina