Februari 2020
jaargang 46, nr
1

Brenda Ott: ‘Ouderen vinden het fijn als je erover begint’

Praten met je gezin over je levenseinde?

Janny Bakker-Klein:
‘We moeten weer kijken naar de mens van vlees en bloed’

‘Ze hebben elkaar nooit hoeven missen’

Donornieren functioneren prima na euthanasie

De weduwe en de dokter over Dood gaan we allemaal

‘Data helpen om het debat te nuanceren’

Redactioneel


Dick Bosscher, hoofdredacteur

Toenemend vertrouwen


In bijna achttien jaar tijd – sinds de invoering van de wetgeving – is in Nederland een zorgvuldige euthanasiepraktijk opgebouwd. Toch wordt in Nederland, maar met name in het buitenland, geregeld met argusogen naar de ontwikkelingen gekeken en dan komt de term ‘hellend vlak’ weer voorbij. Het vermoeden wordt dan geuit dat artsen in Nederland steeds gemakkelijker en in een eerder stadium euthanasie verlenen. En dat ‘opeens’ ook patiënten met dementie of psychiatrische aandoeningen in aanmerking komen.

In deze Relevant komen diverse mensen aan het woord die een ander, meer geruststellend beeld schetsen. Hanny Zimmermann vertelt bijvoorbeeld over de euthanasie die haar ouders gelijktijdig kregen, een unicum. ‘Zielstevreden lagen ze hand in hand naast elkaar in bed en hebben hun ogen gesloten.’

Wat ook helpt in de discussie over de zorgvuldigheid rond euthanasie is dat we onderzoek doen en de feiten op tafel leggen. Psychiater in opleiding Sisco van Veen zegt in deze editie dat data voor nuancering in het debat kunnen zorgen. Want, stelt hij, in Nederland gaan we echt niet over één nacht ijs als het gaat om het zelfgekozen levenseinde.

Een andere onderzoeker, Janny Bakker-Klein, vraagt zich af waarom we er in Nederland, ondanks alle goede bedoelingen van professionals, wetten en regels, vaak niet in slagen om mensen echt te helpen. Dat komt, zo concludeert ze, omdat onze bestuurscultuur gericht is op grote groepen mensen en niet op het individu. Dat kan anders. Wetgeving gaat (begrijpelijkerwijs) uit van grote groepen in de samenleving, maar in de uitvoering ervan kunnen professionals rekening houden met de bijzondere omstandigheden van het individu, zegt de bestuursvoorzitter van Movisie, en ze heeft daar een mooi voorbeeld bij.

Hopelijk wordt dit principe meer en meer van toepassing in de euthanasiepraktijk. Het is nog de vraag of de Hoge Raad het advies van de procureur-generaal overneemt, maar dat advies komt erop neer dat er altijd aan de voor iedereen geldende, wettelijke zorgvuldigheidseisen moet worden voldaan, maar dat een arts bij de behandeling van een wilsonbekwame patiënt wel degelijk de ruimte heeft om zijn eigen afwegingen te maken. Dat wijst niet op een hellend vlak, maar op toenemend vertrouwen in de professionele zorgvuldigheid.