OPINIE

In de rubriek Opinie leveren auteurs een bijdrage aan de discussie over euthanasie en het levenseinde. Dat doen zij op persoonlijke titel. Tim Vis is strafrechtadvocaat. Dit stuk is een bewerking van een opiniestuk dat eerder verscheen in De Volkskrant.

Laat ook kinderen niet onnodig lijden

Volgens strafrechtadvocaat Tim Vis doet minister De Jonge van VWS er goed aan om naar de oproep van kinderartsen te luisteren. Hij pleit ervoor actieve levensbeëindiging voor ondraaglijk lijdende kinderen tussen 1 en 12 jaar snel mogelijk te maken.

Eind vorig jaar luidden kinderartsen de noodklok over het ontbreken van een goede regeling omtrent actieve levensbeëindiging voor ondraaglijk lijdende kinderen onder de 12 jaar. Voor hen is dat namelijk, ook in gevallen van ondraaglijk en uitzichtloos lijden, wettelijk niet toegestaan. Een meerjarig academisch onderzoek dat aan de Tweede Kamer werd aangeboden, wees uit dat een overgrote meerderheid van kinderartsen graag een regeling wenst voor die gevallen waarin ook palliatieve zorg ontoereikend is om ernstig kinderleed te voorkomen.

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid vroeg de Kamer meer tijd voor onderzoek maar kondigde vast aan de Euthanasiewet (Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, Wtl) in geen geval te zullen verruimen. De minister doet er beter aan om goed naar de kinderartsen te luisteren en onmiddellijk met een oplossing te komen. Die hoeft bovendien niet lang op zich te laten wachten.


Groninger protocol > Om een en ander goed te begrijpen, eerst de juridische stand van zaken. Bij pasgeborenen tot 1 jaar is levensbeëindiging bij uitzichtloos en ondraaglijk lijden mogelijk dankzij het zogeheten Groninger protocol. Dan gelden voor de arts strikte zorgvuldigheidscriteria. Zijn handelen wordt nadien getoetst en vervolgens geldt bindend vervolgingsbeleid, waarbij het Openbaar Ministerie níét vervolgt als de arts zorgvuldig heeft gehandeld.

Voor kinderen tussen 12 en 16 jaar bestaat een bijzondere regeling: zij kunnen, met instemming van de ouders, om euthanasie vragen. Vanaf 16 jaar is de Euthanasiewet, mits de ouders bij de besluitvorming zijn betrokken, onverkort van toepassing.

De harde juridische realiteit is dat actieve levens­beëindiging bij 1- tot 12-jarigen verboden is. Bij hen wordt nu gekozen voor palliatieve sedatie of versterven, hetgeen een langdurig overlijdensproces kan opleveren. Het onderzoek van kinderartsen leverde schrijnende verhalen op.

Deze lacune is niet alleen vanuit zorg- en hulpverleners­perspectief bezwarend, maar het gebrek aan een goede regeling kan ook op ouders en andere nabestaanden een zware wissel trekken. Al om die redenen verdient het, zoals overigens minister Borst in 2006 al bepleitte, aanbeveling het huidige verbod op actieve levensbeëindiging voor kinderen onder de 12 jaar te herzien.


Internationale verdragen > Er is nog een andere goede reden voor herziening. Hoewel ik, normaal gesproken, sterk waak voor juridisering van het euthanasiedebat – medische levensbeëindiging is een delicate kwestie tussen hulpverlener en patiënt, daarbij past vertrouwen en kunnen wij juristen beter ver weg blijven – bestaan sterke verdragsrechtelijke argumenten vóór een euthanasiemogelijkheid voor kinderen onder de 12 jaar. Nederland heeft zich gebonden aan het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Dat verdrag bepaalt niet alleen dat bij alle handelingen betreffende kinderen de belangen van het kind ‘de eerste overweging’ vormen (Artikel 3), maar het bevat ook een verbod op onmenselijke of onterende behandeling (Artikel 37, onder a).

Die bescherming volgt eveneens uit Artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat zowel voor volwassenen als kinderen geldt. In die bescherming van de menselijke waardigheid, die uit beide verdragen volgt, ligt een plicht tot het voorkomen van onnodig lijden. De wetgever heeft bij de totstandkoming van de Euthanasiewet niet zonder reden oog gehad voor het uitgangspunt dat met actieve levensbeëindiging erger lijden wordt voorkomen. De ministers Korthals en Borst betrokken de menselijke waardigheid nadrukkelijk bij de totstandkoming: actieve levensbeëindiging ter voorkoming van uitzichtloos en ondraaglijk lijden is bescherming tegen onmenselijke of vernederende behandeling. De vraag is dan waarom kinderen die bescherming niet zouden verdienen. Er is geen legitiem argument te vinden waarom dit niet ook voor kinderen van 1 tot 12 jaar zou gelden.

Ook hun menselijke waardigheid verdient bescherming. Het kinderrechtenverdrag kent bovendien nóg een belangrijk uitgangspunt: het participatierecht van kinderen. Dat houdt in dat de mening van het kind moet worden gehoord en worden betrokken bij alle besluitvorming rond het kind (Artikel 12). Dat is niet anders waar het gaat over de vraag om actieve levensbeëindiging, maar de wet sluit uit dat de visie van het kind in dat geval daadwerkelijk wordt opgevolgd.

Tegenstanders – en in hun kielzog nu ook minister De Jonge in zijn antwoord aan de Kamer daags na de oproep van de kinderartsen – betogen vaak dat kinderen niet handelingsbekwaam zijn, en dat een dergelijke beslissing, anders dan beslissingen over ‘normaal’ medisch handelen, niet bij ouders kan worden belegd. Dat wringt. Zeker omdat de Staatscommissie Euthanasie al in 1985 iets constateerde waar we tot op de dag van vandaag mee worstelen: ondanks de juridische realiteit kunnen zeer jonge kinderen wel degelijk gewogen inzicht hebben in beslissingen rond hun levenseinde.

Het is tijd hun stem serieus te nemen. Ook jonge kinderen hebben het recht te worden gehoord als het gaat om het voorkomen van onnodig verder lijden.


Wijs genoeg > De oplossing is bovendien helder, en vereist geen verspilling van kostbare tijd. Voor jonge minderjarigen die ter zake wilsbekwaam moeten worden geacht, kan de Euthanasiewet wel degelijk worden uitgebreid. Ook bij ‘normaal’ medisch handelen hebben deze kinderen een stem, zij het dat de ouders uiteindelijk beslissen.

De Euthanasiewet kent eenzelfde systeem al voor de kinderen tussen 12 en 16 jaar oud. Er is geen enkele goede grond dat niet ook voor jongere kinderen te laten gelden.

Kinderen hebben wellicht onvoldoende inzicht in het aangaan van hypotheekverplichtingen, maar zijn vaak wel degelijk wijs genoeg om belangrijke beslissingen rond hun eigen levenseinde te nemen: leven of dood bij ernstig lijden is iets wezenlijks.

Voor de minderjarigen die ter zake géén gewogen inzicht hebben, verdient het Groninger protocol uitbreiding naar oudere kinderen. Binnen deze regeling voor levensbeëindiging voor pasgeborenen gelden uiterst strikte criteria, die de arts in samenspraak met de ouders in staat stelt erger lijden te voorkomen, zonder dat hij of zij nadien wordt vervolgd.

Minister De Jonge: regel dit, en snel ook! Dat doet recht aan de uitgangspunten van ons euthanasiebeleid en aan de rechtspositie van minderjarigen: ook kinderen behoren niet onnodig te hoeven lijden. •

Bij het ter perse gaan van deze editie was het onderzoek dat de minister beloofde, nog niet afgerond.

Tekst Tim Vis • Illustratie Peter de Wit

Deel deze pagina