ZIJ DIE ACHTERBLIJVEN


‘Clara belde me elke morgen al vroeg wakker. Als ik niet direct opnam, raakte ze in paniek’, vertelt haar moeder, Luce. Overdag wisselde het aantal telefoontjes. Maar voor ze ging slapen, was er ook altijd nog even contact. Clara’s leven was zwaar. ‘Daar is een eind aan gekomen’, zegt Luce. ‘Gelukkig, denken we stilletjes. Maar zó hadden we het niet gewild.’

Het ging mis met de dochter van Freek en Luce na haar eindexamen, toen ze besloot een jaar ter oriëntatie cursussen te volgen: filosofie, milieukunde, Japans. ‘Ze werd steeds stiller en op zeker moment onbereikbaar voor Freek en mij.’

Ontslagen uit het ziekenhuis na een zelfmoordpoging, volgde een psychose. Daarna werd Clara in diverse instellingen opgenomen. Tussendoor was ze thuis, wat forse risico’s met zich meebracht. Ze verwondde zichzelf, slikte voorwerpen in, nam haar medicijnen niet.

‘Ons geloof verbood ons mee te gaan in haar doodswens’, vertelt Luce, ‘tot ik in een droom ervoer hoe het een daad van liefde kon zijn. Ik kon Freek overtuigen en vanaf dat moment hebben we haar euthanasieaanvraag gesteund.’

Het traject was intensief en lang. Te lang voor Clara. Ze heeft haar kamer opgeruimd, een afscheidsbrief geschreven en zich van het leven beroofd op de avond voordat ze 28 zou worden.


Tekst: Marijke Hillhorst

Deel deze pagina