ELLY SCHAGEN IN DE REGIESTOEL

LEEFTIJD 84 | WOONPLAATS HILVERSUM | WERK GEPENSIONEERD HOOFD THUISZORG | PRIVÉ GESCHEIDEN, 3 KINDEREN, 3 KLEINKINDEREN | LID VAN DE NVVE SINDS 2014

ZELF DOEN ‘Afstand houden in coronatijd: ik hoor mensen erover klagen, maar mij doet het weinig. Eigenlijk heb ik nooit beter geweten. Mijn afstandelijke moeder zag het als haar hoofdtaak om mij zo snel mogelijk zelfredzaam te maken. Voor mijn eerste levensjaar was ik zindelijk en voor ik “papa en mama” kon zeggen, riep ik al “zelf doen”. Gevoelens uiten of elkaar omhelzen deden we thuis niet. Mijn ouders hadden geen idee hoe dat moest.’

VERMANNEN ‘Van liefde geven en ontvangen had ik dus weinig kaas gegeten toen ik op mijn twintigste trouwde. Wel had ik geleerd om me te vermannen en stug door te gaan. Dat deed ik dus ook in het huwelijk, waarin we de rolverdeling van onze ouders kopieerden: pa zorgde voor het inkomen, ma voor de kinderen. Ik was totaal afhankelijk, had geen eigen geld, mijn wensen en behoeftes deden er niet toe. Toen de jongste vier jaar werd, wilde ik weer gaan werken. Met veel moeite wist ik te bedingen dat ik twee avonden per week de opleiding mbo Maatschappelijk Werk zou volgen. Het jaar daarop ging ik parttime aan de slag als maatschappelijk werkster. Na vijf jaar – ik kon zo niet verder – vroeg ik de scheiding aan.’

EIGEN WEG ‘Zo begon ik vanaf mijn 35ste mijn eigen weg te zoeken. Via het vo klom ik op naar een leidinggevende functie in de thuiszorg. Mijn werk combineerde ik met zorg voor de kinderen en voor mijn ouders, die inmiddels ziek en hulpbehoevend waren. En ik kreeg een nieuwe latrelatie. Voor het eerst in mijn leven hoorde ik iemand zeggen: “Ik hou van je.” In twaalf woelige jaren wist hij het betonblok rond mijn hart af te brokkelen.’ OPPAS-OMA ‘Vanuit mijn verleden is het mij niet helemaal gelukt om mijn kinderen te geven wat ik tekort ben gekomen: liefde, troost en aandacht. Binnen mijn mogelijkheden ben ik altijd contact blijven maken, maar hen echt laten voelen hoeveel ik om hen geef, bleef lastig. Als oppas-oma heb ik dat gemis gelukkig kunnen inhalen. Zaten de kleinkinderen bij mij op schoot, dan voelde ik mijn hart overstromen van liefde. Inmiddels ben ik heel close met mijn kinderen en kleinkinderen.’

GOEDE MOEDER ‘Ik ben 84, vitaal, maar niet meer zo gezond. Sinds de jaren negentig mankeer ik van alles: na heftige paniekaanvallen blijk ik te lijden aan een posttraumatische stressstoornis, mijn heupen zijn versleten en drie jaar geleden werd er baarmoederhalskanker geconstateerd. Mijn leven is wel klaar, realiseerde ik me. Wat ik vrees, is afhankelijk worden. Hoe dan ook wil ik nooit naar een verpleeghuis, waar ik mijn ouders een jarenlange lijdensweg heb zien afleggen. Graag wil ik euthanasie, maar ik besef dat ik dan wel terminaal moet zijn. Ik ben voorbereid op mijn dood: mijn huis is opgeruimd en alles – van wilsverklaring tot testament – heb ik vastgelegd in een map en besproken met mijn kinderen en huisarts. Dat ik de zaken rondom mijn levenseinde tot in de puntjes heb geregeld, is vooral voor mijn kinderen. Ik wil een goede moeder zijn, afscheid kunnen nemen, alles gezegd hebben. Zodat mijn dierbaren niet achterblijven met vragen.’

Ook eens plaatsnemen In de regiestoel? Mail naar relevant@nvve.nl

tekst: Teus Lebbing | foto’s: Maurits Giesen