Strafrechtadvocaat Tim Vis (30) zet zich actief in voor zelfbeschikking en euthanasie


'Hulp bij zelfdoding zou niet strafbaar moeten zijn’

Tim Vis (30) staat zelden stil bij zijn leeftijd. Dat hij op zijn 21ste al werd beëdigd als strafrechtadvocaat lijkt hij eerder als een gegeven te zien dan als een bijzondere prestatie. Dat juist deze jonge advocaat, onder meer bekend van de zaak-Albert Heringa, zich actief inzet voor euthanasie is voor hem bijna een vanzelfsprekendheid. Natuurlijk niet vanwege zijn leeftijd, die is niet ter zake doend, maar omdat hij zelfbeschikking een belangrijk onderwerp vindt.

Tim begint meteen te praten en raakt al snel op dreef. Onderhoudend en eloquent. ‘Dat hebben strafrecht­advocaten gemeen, dat ze altijd een beetje verliefd zijn op hun eigen stem’, zegt hij lachend en vol zelfrelativering. Op de middelbare school wist hij dat hij advocaat wilde worden. Hij was dol op de advocatenserie The Practice en kon altijd al goed debatteren. ‘Mijn vak gaat over vrijheid.’ Direct is hij bloedserieus: ‘Ik vind dat wij als maatschappij tekort­schieten als het gaat over het vrijwillig levenseinde.’ Tims interesse in het onderwerp is deels intrinsiek; een stellige overtuiging dat mensen over hun eigen levenseinde zouden moeten mogen beslissen. Hij werd op zijn 22ste dan ook al lid van de NVVE. Een verdrietige ervaring met zijn grootmoeder sterkte hem in zijn mening. Dat hij tijdens zijn opleiding hoogleraar strafrecht (inmiddels met emeritaat) en oud-voorzitter van de NVVE Eugène Sutorius als mentor kreeg, wakkerde zijn interesse nog verder aan. ‘Eugène had de gewoonte om regelmatig ’s avonds een praatje te houden voor studenten. Dat ging meestal over onderwerpen die hem na aan het hart lagen, zoals euthanasie en zelfbeschikking. Dat waren altijd interessante avonden.’ Een wereld te winnen > Tim benadrukt dat we een goed functionerende euthanasiewet hebben in Nederland, maar hij vindt dat er nog een wereld te winnen is. ‘Mijn grootmoeder meende alles helemaal goed geregeld te hebben. Haar huisarts had haar verzekerd haar te zullen helpen, mocht het moment daar zijn. En ze hád het ook goed geregeld. Alleen ging ze onverwacht snel achteruit en kwam haar euthanasieverzoek op het moment dat haar huisarts op vakantie was. De waarnemer gaf aan haar niet te willen helpen. “Ik weet dat er een dossier is, maar ik ken u pas net een uur”, was zijn verhaal. Ik was begin twintig en mét mijn grootmoeder nam ik hem dat zeer kwalijk.

Haar laatste woorden voor ze in slaap viel – omdat voor het alternatief van palliatieve sedatie werd gekozen – waren: “Als u maar weet dat ik dit nóóit heb gewild.” Ik vond dat zo dapper. Maar het liet ook zien dat het nog niet goed geregeld is. Haar levenseinde ging niet op de door haar gewenste wijze. Inmiddels kan ik het standpunt van die waarnemer wel begrijpen. Ik heb zoveel artsen mogen spreken die ervaring hebben met euthanasie en dat is een heel ingrijpende gebeurtenis. Het is voor ons normale stervelingen bijna niet voor te stellen wat het betekent om het leven van iemand te beëindigen. Ik heb dus geen verwijt richting artsen. De vraag is of de beslissing over dat levenseinde wel altijd bij de arts zou moeten liggen. Toen de Coöperatie Laatste Wil met middel X (een zelfdodingsmiddel, red.) kwam, werd duidelijk dat er grote behoefte is aan eigen regie. Veel mensen gaven aan dat het in huis hebben van een middel hen rust zou geven, en dat die de kwaliteit van leven zou verbeteren. Dat is zó belangrijk om te erkennen. Hoe dat dan geregeld moet worden, weet ik ook niet. Begrijp me goed, ik heb de antwoorden niet op een presenteer­blaadje. Maar je moet kunnen leven én sterven zoals je zelf wilt.’ ‘Hulp bij zelfdoding zou in mijn ogen dan ook niet strafbaar moeten zijn. Die wet is achterhaald. In Duitsland, waar euthanasie bij wet is verboden, is hulp bij zelfdoding dat niet. De realiteit nu in Nederland is dat mensen geen enkel risico willen lopen hun dierbaren erbij te betrekken als ze besluiten zelf op zoek te gaan naar een middel. Niet alleen lijkt mij dat heel eenzaam, maar het laat ook littekens na bij naasten die niet eenvoudig genezen. De keuze is begrijpelijk, omdat in de wet niet precies omschreven staat wat wordt verstaan onder hulp bij zelfdoding. Is het enkel aanwezig zijn en iemand niet weerhouden, ook hulp? Dat is zeer de vraag, maar je bent afhankelijk van hoe de individuele officier van justitie daar tegenaan kijkt. Dat zorgt voor een onveilig gevoel.’

Droombaan > Tim vond het een voorrecht de eerste jaren van zijn carrière bij het kantoor van de bekende advocaat Spong te mogen werken.

Begin dit jaar sloeg hij zijn vleugels uit en nu heeft hij samen met een compagnon een eigen kantoor in een oud pakhuis met uitzicht op het Amsterdamse IJ. Alles loopt volgens plan. En wie weet over een aantal jaar internationaal recht. Een belangrijke genocidezaak past in dat beeld voor de toekomst, al toont hij daar ook een bescheiden kant. ‘Dat krijg je niet zomaar voor elkaar. Gelukkig heb ik nu al een droombaan. Mijn vak is het mooist op het raakvlak van het juridische en maat­schappelijke speelveld.’ Wel zou hij liever zien dat hij niet nodig zou zijn om artsen bij te staan als het gaat over het levenseinde: dat euthanasie weer echt bij artsen komt te liggen en de keuze voor een vrijwillig levenseinde bij mensen zelf. Zover is het voorlopig nog niet. Op vrijdag 26 juni stond Tim een specialist ouderen­geneeskunde bij toen zij voor het tuchtcollege moest verschijnen na het uitvoeren van euthanasie bij iemand met vergevorderde dementie. De zaak had in Tims ogen uitgesteld moeten worden tot na het arrest van de Hoge Raad naar aanleiding van een vergelijkbare casus. Daarin werd gesteld dat het een strafrechter past een terughoudende opstelling te hebben bij het beoordelen van het medisch handelen van de arts. ‘De impact van een dreigend strafrechtelijk onderzoek op een arts is enorm. Het uitgangspunt zou moeten zijn dat een arts naar eer en geweten en deskundig handelt. De reactie van het Openbaar Ministerie is te weinig menselijk. De vijf onderzoeken die het om naar euthanasie opende, gaan precies over thema’s waar maatschappelijk discussie over bestaat. Dat is een welbewuste keuze geweest. Maar het gevolg daarvan is dat artsen zich beklemd voelen. En dát is niet wat de wetgever heeft beoogd. De wet is helder, dat is nu ook gebleken. Je kunt het ermee oneens zijn, maar dan moet je dát zeggen en je niet verschuilen achter de interpretatie van die wet. Ook bij vergevorderde dementie is euthanasie mogelijk, als iemand terecht is gekomen in de situatie die hij volgens zijn wilsverklaring nooit heeft gewild en daaraan lijdt. Artsen zijn bij uitstek geschikt om te beoordelen of dat het geval is als een patiënt dat zelf niet meer onder woorden kan brengen.’•

Op 17 augustus, enige tijd na het interview met Tim Vis, werd bekend dat het regionaal tuchtcollege de wilsverklaring van de patiënte bruikbaar acht als vervanging van een mondeling euthanasieverzoek, ook al was die verklaring zes jaar niet geactualiseerd. Wel kreeg de specialist ouderengeneeskunde een waarschuwing. De tuchtrechter vindt dat zij onvoldoende heeft onderbouwd waarom zij afweek van het negatieve advies van de SCEN-arts. In een reactie stelt Tim: ‘Het is een groot goed dat nu voor het eerst ook een medisch tuchtcollege de waarde van de schriftelijke wilsverklaring heeft bevestigd en dat de arts die mag en soms ook moet interpreteren.

Maar dat de arts de afwijking onvoldoende heeft gemotiveerd, doet geen recht aan de feiten. Zij is op grond van een zeer zorgvuldig traject tot het oordeel gekomen dat sprake was van actueel ondraaglijk lijden.’ Of Tim en zijn cliënte in hoger beroep gaan, was bij het ter perse gaan van deze editie nog niet bekend. De NVVE is het eens met de conclusie van de advocaat. Daarnaast heeft de NVVE het Openbaar Ministerie opgeroepen om de arts niet strafrechtelijk te vervolgen, nu de tuchtrechter heeft gesproken.


Tekst: Martien Versteegh • Fotografie: René ten Broeke