ZIJ DIE ACHTERBLIJVEN

Woedend was Alice op haar moeder. Was zij, haar enige dochter, niet de moeite waard om voor te blijven leven? Om nog een behandeling te ondergaan, al was het dan een experimentele? Ze hadden toch alleen elkaar. Haar vader was ervandoor gegaan toen zij net vier jaar oud was. Nooit meer iets van vernomen. Hij leek van de aardbodem verdwenen. Moeder dreef in haar eentje de drogisterij, verkocht die vlak voor haar zestigste verjaardag en besloot toen lichaam en geest opnieuw uit te dagen door een hond te nemen en zich in te schrijven voor een HOVO-cursus filosofie. Hoewel de vermoeidheid en zeurende pijn in haar rug, die ze eerder altijd aan de winkel weet, niet afnamen, genoot ze zichtbaar van het leven. Ze maakte vriendinnen en vertelde enthousiast over wat ze nu weer had meegemaakt als ze op woensdag bij Astrid, die na haar scheiding alleen woonde, ging eten. Tot haar moeder eindelijk de huisarts raadpleegde over haar klachten, werd doorverwezen en alvleesklierkanker bleek te hebben. Het was vechten tegen de bierkaai. Na ruim een jaar vruchteloos gesleutel deed moeder een euthanasieverzoek. Alice had geweigerd erbij te zijn. ‘En God, wat heb ik daar nu een spijt van. Ik ben – te laat – in therapie gegaan en leerde inzien dat mijn woede voortkwam uit angst om in de steek gelaten te worden. Om dezelfde reden kon ik die hond ook niet uitstaan. Mijn moeder was dol op het dier. Ik was jaloers.’

Woedend was Alice op haar moeder. Was zij, haar enige dochter, niet de moeite waard om voor te blijven leven? Om nog een behandeling te ondergaan, al was het dan een experimentele? Ze hadden toch alleen elkaar. Haar vader was ervandoor gegaan toen zij net vier jaar oud was. Nooit meer iets van vernomen. Hij leek van de aardbodem verdwenen. Moeder dreef in haar eentje de drogisterij, verkocht die vlak voor haar zestigste verjaardag en besloot toen lichaam en geest opnieuw uit te dagen door een hond te nemen en zich in te schrijven voor een HOVO-cursus filosofie. Hoewel de vermoeidheid en zeurende pijn in haar rug, die ze eerder altijd aan de winkel weet, niet afnamen, genoot ze zichtbaar van het leven.

Ze maakte vriendinnen en vertelde enthousiast over wat ze nu weer had meegemaakt als ze op woensdag bij Astrid, die na haar scheiding alleen woonde, ging eten. Tot haar moeder eindelijk de huisarts raadpleegde over haar klachten, werd doorverwezen en alvleesklierkanker bleek te hebben. Het was vechten tegen de bierkaai. Na ruim een jaar vruchteloos gesleutel deed moeder een euthanasieverzoek. Alice had geweigerd erbij te zijn. ‘En God, wat heb ik daar nu een spijt van. Ik ben – te laat – in therapie gegaan en leerde inzien dat mijn woede voortkwam uit angst om in de steek gelaten te worden. Om dezelfde reden kon ik die hond ook niet uitstaan. Mijn moeder was dol op het dier. Ik was jaloers.’

Tekst: Marijke Hilhorst