Hanneke Groenteman over het levenseinde en eigen keuzes:

‘Je dood is je eigen pakkie-an, vind ik’

Zowel over het begin van het leven als over het einde zou je zelf de regie moeten kunnen hebben, vindt Hanneke Groenteman. ‘Alleen is er bij doodgaan één groot vraagteken: hoe ga je in hemelsnaam reageren als je de fatale diagnose krijgt?’

Hanneke Groenteman over het levenseinde en eigen keuzes: 'Je dood is je eigen pakkie-an vind ik'

Zowel over het begin van het leven als over het einde zou je zelf de regie moeten kunnen hebben, vindt Hanneke Groenteman. ‘Alleen is er bij doodgaan één groot vraagteken: hoe ga je in hemelsnaam reageren als je de fatale diagnose krijgt?’

U bent 81 en in goede gezondheid. Denkt u na over uw dood? ‘Ja, het houdt me bezig. Ik denk en praat er veel over, ben ook lid van de NVVE. Hoe zal het gaan? Welke ziekte zal me vellen? Wordt het kanker, een herseninfarct, alzheimer? Of trek ik – wat mij betreft – de hoofdprijs: een finale hartaanval? Maar ik realiseer me goed dat ik er vanuit een luxepositie over filosofeer: ik ben in goeden doen. Dat praat heel anders dan wanneer je de dood in de ogen kijkt. Ik merk het nu met een goede vriendin die ongeneeslijk ziek is. Dan ben ik opeens beschroomd om het beestje bij de naam te noemen. Hoe zie je je overlijden voor je? Heb je alles geregeld? Ik durf het haar niet te vragen. Gek eigenlijk, alsof ik daarmee de magie zou doorbreken en onomkeerbaar zou erkennen dat er geen andere uitweg meer is. Dan wordt het zo’n slechtnieuwsgesprek en dat soort heb ik altijd al moeilijk gevonden.’ Hoe bevalt de ouderdom u? ‘Het is een fase waarin je voortdurend de balans opmaakt: wat kan en wil ik nog? Gaat er een nieuwe poes komen, stel dat ik er nog vijf jaar plezier van heb? Of scheep ik mijn zoon er daarna mee op? De aftakeling is net als met een auto: als eenmaal één onderdeel het begeeft, volgt de rest vanzelf. En een nieuwe aanschaffen doe je niet, dus moet je het verval lijdzaam ondergaan. Ik heb geen grote wensen meer, maar probeer het mezelf zoveel mogelijk naar de zin te maken. Ik kocht net een leuk, klein huisje aan de Noord-Hollandse kust. Dat is de hemel op aarde, zo prinsheerlijk aan zee, met die weidse lucht. Ben ik het er zat, dan rijd ik terug naar mijn fijne stek in de stad, waar ik me met van alles kan bezig­houden. Maar hoe prettig dat ook klinkt, sinds mijn laatste programma Sterren op het doek (zie kader) leef ik toch in een soort lockdown, ergens aan de rand van de maatschappij. Want dat is wat je doet als oudere: hoe actief en ondernemend je misschien nog bent, uiteindelijk tel je niet meer echt mee.

Althans, zo voel ik het. Er is geen redactie die snakt naar mijn vakkundige inbreng, mijn vrienden worden oud of vallen weg en ik ben intens dankbaar voor de band met mijn zoon Gijs en zijn gezin, maar hebben zij mij echt nodig? Nee, alles bij elkaar ben ik best een tevreden mens, maar ik moet er niet aan denken om nog tien jaar zo verder te leven. Ik mis de reuring en inspiratie.’

Wanneer vindt u het genoeg? ‘Juichend zal ik heus niet vertrekken, maar ben ik uitbehandeld of krijg ik de diagnose dementie dan is het klaar voor mij. Dat laatste is mijn grootste schrikbeeld: de paniek dat je geen zeggenschap meer hebt over je geest, dat je je dierbaren tot last bent of moet zitten sippen in een verpleeghuis. Ook wil ik voorkomen dat ik overlijd zoals mijn vader. Hij had allerlei hartaanvallen, zijn aftakeling was ontluisterend. Mijn wensen en grenzen heb ik vastgelegd in een levenstestament en besproken met mijn huisarts en Gijs. Mijn zoon en ik zijn gewend om open met elkaar te praten, ook over dit soort thema’s. Zodra de onheilswolk corona kwam, belde ik hem en zei: “Denk erom, geen IC, geen reanimatie.” Al grappend – dat is onze favoriete manier van communiceren – komen we daar geregeld op terug. “Hoor ik nou een kuchje mam? Is het al zover?”, vraagt hij dan.’

U wilt uw levenseinde niet overlaten aan het lot? ‘Op mijn huwelijksdag, ik was nog een meisje van 21, kreeg ik een miskraam. Achteraf maar goed ook, want geen van beiden waren we toe aan een kind. Daarna ben ik actief geworden in de vrouwenbeweging, waarin ik heb gestreden voor het recht op abortus. Niet zozeer voor mezelf, maar ik vond het zo belangrijk dat die mogelijkheid er kwam voor de vrouwen die dat nodig hebben. Eigen keuzes bij het levensbegin én het levenseinde, daar ben ik een groot voorstander van. Hoezo zou een hogere macht daarover beslissen? Het is toch je eigen leven?

Mijn neefje Piet, de zoon van mijn broer, kreeg in 1993 op zijn dertiende leukemie. “Je wordt niet meer beter, maar ik ga je helpen”, zei zijn moderne huisarts na allerlei uitputtende behandelingen. Dankzij haar progressieve instelling kon hij zelf een dodelijke dosis inspuiten. Daar waren we allemaal bij en je wil niet weten hoe opgelucht hij was, naast alle verdriet. En zijn ouders met hem. Zijn overlijden was onafwendbaar en dan kun je maar beter het heft in eigen hand nemen. Zo zie ik dat ook bij mezelf. Al zou ik mijn huisarts er het liefst niet mee belasten. Hoe goed mijn verstandhouding met haar ook is, de verantwoordelijkheid waarmee ik haar opzadel vind ik te groot, zeker als ik niet terminaal ben. Je dood is je eigen pakkie-an, vind ik. Daarom heb ik mijn levenseindetestament helemaal afgedicht en ben ik ook lid van de Coöperatie Laatste Wil; ik wil ervoor zorgen dat ik het zoveel mogelijk zelf kan bepalen.’ U klinkt vastbesloten. ‘Nou, monter en gezond kan ik nu wel van alles fantaseren, maar uiteindelijk heb ik natuurlijk geen idee. Dat is ook het fascinerende en het avontuurlijke aan het onderwerp, het is puur hypothetisch, met als grootste vraagteken: hoe ga je in hemelsnaam reageren als je de fatale diagnose krijgt? Ga je hangen aan het leven of laat je makkelijk los? Er zit een glazen bol om die laatste fase. Daarom biedt het ook zulk dankbaar gespreksvoer in mijn vriendenkring: we zitten allemaal in dat zwarte gat te turen. Naïef misschien, maar ik heb het gevoel dat het goedkomt. Zo onzeker als ik soms in het leven meen te staan, de belangrijkste beslissingen heb ik toch vanuit vertrouwen genomen. Komt tijd, komt raad, denk ik altijd, net zoals ik deed toen ik besloot om als alleenstaande moeder mijn kind op te voeden. En dat heb ik met doodgaan ook wel. Ik koester een stille hoop dat ik die gelukkige drommel ben die goed wegkomt.’ •

Sterren op het doek Gestart als journalist bij Het Parool en later de radio, bereikte Hanneke Groenteman (81) met haar cultuurprogramma De Plantage in de jaren 90 het grote publiek. Daarna presenteerde ze programma’s als B&W, Zomergasten en Sterren op het Doek. Deze zomer verscheen haar vierde boek, The Battle, dit keer voor de jeugd, over een Syrisch meisje dat in Nederland een leven probeert op te bouwen.

Tekst: Teus Lebbing | foto: Rogier Veldman/Lumen