Nieuwe directeur Expertisecentrum Euthanasie, Sonja Kersten, over euthanasie bij psychiatrie:

‘Samen­werking met GGZ staat hoog op de agenda’

Toen de Levenseindekliniek op 1 maart 2012 haar deuren opende, speelde in het achterhoofd van bestuurder Steven Pleiter het idee dat die misschien wel weer zouden kunnen sluiten voordat hij met pensioen zou gaan. Het moment van pensioen is aangebroken, maar er is in die tijd veel veranderd. Niet alleen heeft de Levenseindekliniek vorig jaar een nieuwe naam gekregen – Expertisecentrum Euthanasie –, per 1 oktober van dit jaar is ook een nieuwe bestuurder aangetreden: Sonja Kersten.

­'Net als iedereen die in deze bizarre coronatijden aan een nieuwe baan begint, is dat natuurlijk gek. Ik heb de meeste medewerkers enkel nog via het beelds­cherm leren kennen’, vertelt Kersten. Opgeleid als onderzoeker, met een achtergrond in de medische biologie, vervulde ze diverse directiefuncties bij het Integraal Kankercentrum Nederland en was ze onder meer directeur van de beroepsvereniging Verpleeg­­kundigen en Verzorgenden Nederland. ‘Ik kreeg te maken met kwaliteit van leven én van sterven. Dat is voor mij een wezenlijk thema. Ik wil graag impact hebben. Dat het om een politiek beladen onderwerp gaat, vind ik alleen maar een uitdaging. Ik ben niet iemand om enkel op de winkel te passen.’ In goede handen > Pleiter heeft het gevoel dat zijn levenswerk in goede handen is. ‘Sonja is per 1 oktober aangetreden. We nemen de tijd voor de overdracht. Ik wil er zijn als ze me nodig heeft, al is die rol bescheiden. Overigens is het ook gek om afscheid te nemen in deze periode. Ik had me dat natuurlijk heel anders voorgesteld.’ Ze roeien met de riemen die ze hebben en profiteren van de mogelijkheden van digitale ontmoetingen. Kersten: ‘We hebben wel besloten ons uiterste best te doen tijdens deze tweede coronagolf open te blijven. We zijn een vangnet voor mensen. En je kunt je voorstellen dat als er sprake is van ondraaglijk lijden, het moeilijk is om geduld te hebben. In het voorjaar moest de organisatie helaas de deuren tijdelijk dichtdoen, omdat er geen medische beschermingsmiddelen beschikbaar waren.’ Sterke argwaan > In acht jaar tijd is er veel kennis en ervaring opgedaan en is gebleken dat het Expertisecentrum een belangrijke functie te vervullen heeft. Pleiter: ‘Ik herinner me nog de sterke argwaan die er bij de artsenfederatie KNMG was, acht jaar geleden. Ik werd daar ontboden, zo voelde het, om uit te leggen wat we gingen doen. Maar die relatie is inmiddels heel goed. We voldoen niet alleen aan een vraag onder patiënten, maar ook onder artsen. We hebben onderzoek gedaan naar de redenen van artsen om niet zelf euthanasie uit te voeren en meer dan de helft gaf aan zich onvoldoende bekwaam of ervaren te voelen. Daarom zijn we begonnen met bijscholing en dat wordt zeer gewaardeerd, zo blijkt uit de evaluaties.’ Kersten: ‘Die bijscholing is belangrijk, want onze voorkeur gaat ernaar uit dat artsen zelf hun patiënt helpen. Zij hebben immers vaak al lang een behandelrelatie en dat is waardevol. Maar het ontbreken van een behandelrelatie staat ons werk niet in de weg. Onze teams, bestaande uit een arts en een verpleegkundige, bouwen in korte tijd een vertrouwens­band op en komen snel tot de essentie. We komen niet op de thee.’

Bespreekbaar > Dat geldt ook bij psychiatrische patiënten, al zijn dat wel de meest complexe verzoeken, waar relatief veel tijd voor nodig is. Daar ligt voor Kersten ook een uitdaging. ‘De wachtlijst is te lang nu. We krijgen veel verzoeken en we hebben te weinig psychiaters. De uitzichtloosheid en het uitsluiten van mogelijke behandelopties liggen bij die casussen gewoon moeilijker. Om die reden gaan we een wervings- en bewustwordingscampagne opzetten. Om meer psychiaters aan ons te binden en ook om onze nascholing en consulenten onder de aandacht te brengen. Psychiaters kunnen voor advies bij ons terecht; onze consulenten euthanasie begeleiden desgewenst het gehele traject. Samenwerking met de GGZ staat hoog op de agenda. Wij kunnen sneller schakelen als het vooronderzoek binnen de muren van de instellingen plaatsvindt.’ Pleiter is trots op de impact die het Expertise­centrum op het gebied van euthanasie binnen de psychiatrie heeft gehad. ‘Het is nu in ieder geval bespreekbaar. Elk euthanasieverzoek verdient het om serieus genomen te worden. Dat is onze missie.’ Kersten vult aan: ‘Het komt voor dat iemand perspectief krijgt op basis van gesprekken met ons. Dat het idee dat euthanasie een optie is, zoveel rust geeft dat iemand weer verder kan. Dat is natuurlijk prachtig.’ Stapeling ouderdomsklachten > Het aantal complexe euthanasie­verzoeken, met name op grond van dementie en psychiatrie, neemt toe. Pleiter: ‘We hebben veel bereikt. Ook op het gebied van euthanasie bij stapeling van ouderdomsklachten. Die term bestond in 2012 nog helemaal niet. De NVVE heeft veel kritiek geuit op het Rapport Adviescommissie Voltooid leven, maar de commissie (ook bekend onder de naam van voorzitter Paul Schnabel, red.) benadrukt wel dat er al veel kan. Bij de mensen die op ons aanmeldings­formulier aangeven dat zij een voltooid leven hebben, blijkt vaak sprake van een stapeling van ouderdomsaandoeningen. Dan is een euthanasietraject wel mogelijk.’ Pleiter wil, ter afsluiting, graag zijn dankbaarheid uiten voor de kans die hij van de NVVE heeft gekregen om de Levens­eindekliniek op te zetten en zegt dat het een goed besluit is geweest er onafhanke­lijke stichtingen van te maken. ‘Wij zijn een medische instelling, een uitvoerings­organisatie, die de Wet toetsing levens­beëindiging uitvoert. Geen belangen­vereniging. Wij zijn een expertise­centrum voor de beroepsgroep en een vangnet voor mensen die met hun euthanasieverzoek niet bij hun eigen behandelaar terechtkunnen. Zo zorgen wij ervoor dat zoveel mogelijk mensen geholpen kunnen worden.’ •


Tekst: Martien Versteegh • Fotografie: Martijn Beekman