Regels omtrent betrokkenheid van naasten bij besluit over euthanasieverzoek

‘Wat als wij ertegen zouden zijn geweest?’

Het betrekken van naasten bij een euthanasie­procedure is gangbaar. Is het eigenlijk ook verplicht? En hoeveel invloed kan familie hebben op het besluit van de arts? Verschillende wetten en richtlijnen geven inzicht in deze vragen.

De vader van Pauline Brune werd vijf jaar geleden terminaal verklaard vanwege ernstig nierfalen. Hij was in die periode zwaar depressief en liep een delier op. Met zijn kinderen en de huisarts besprak hij zijn wens tot euthanasie. Voor Pauline, haar broer en zus geen alledaags gespreks­onderwerp, maar wel een vorm van zelfbeschikkingsrecht die ze konden accepteren. Bovendien had hun vader zijn wilsverklaring al jaren geleden op papier laten zetten. ‘Hij vroeg of ik hem wilde steunen en helpen in het traject naar zijn vrijwillige levenseinde. Natuurlijk wilde ik dat, het is zijn leven, zijn beslissing. Uiteraard deed het mij als dochter tegelijkertijd ook verdriet, maar ik stond er met een ander deel van mezelf meteen heel nuchter in’, herinnert Pauline zich. Uitzichtloos > Het euthanasietraject werd in gang gezet. Tijdens dit traject veranderde de toestand van haar vader: ondanks de lichamelijke problemen bleek er ineens tóch nog levens­perspectief. Maar de hevige depressie en verwardheid waren voor hem alsnog reden om te zeggen: ik ben 86, het is klaar, ik kan en hoef niet meer verder. ‘Zijn besluit stond al vast. Maar het wegvallen van de terminale fase vanwege lichamelijke ziekte maakte het traject natuurlijk een stuk ingewikkelder. Ik ben als beschermer van zijn belangen in een waarnemende, afwachtende rol bij zoveel mogelijk gesprekken met de huisarts, psychiater, geriater en uiteindelijk de SCEN-arts geweest. Het duurde maanden’, vertelt Pauline. ‘Vier afschuwelijke maanden waarin iedere dag een uitzichtloos gevecht was voor mijn vader.’ Pauline heeft, ondanks het langdurige proces – haar vader kreeg uiteindelijk euthanasie –, de rol en houding van de huisarts als enorm steunend en professioneel ervaren. Er is echter één belangrijk punt dat haar nog altijd fysiek onpasselijk maakt als ze eraan denkt. ‘De huisarts vroeg hoe wij als kinderen eigenlijk tegenover de euthanasiewens van mijn vader stonden. Ik snap de vraag, maar het stuitte me ook tegen de borst en roept nog steeds emoties op. Stel dat wij het niet eens zouden zijn geweest met het verzoek van mijn vader? Zou dat dan invloed hebben gehad op het besluit om wel of geen euthanasie te verlenen? Zou een weigering of negatieve opmerking van een van ons het lijden van mijn vader nog langer hebben kunnen maken, omdat een arts dat meeneemt in zijn overwegingen?’, vraagt ze zich af. Druk van buitenaf > Wettelijk gezien hebben familie en naasten geen rol in de besluitvorming rondom een verzoek tot levensbeëindiging, zo beschrijft de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl). Zij kunnen geen euthanasie aanvragen of tegenhouden, ook niet binnen de psychiatrie.

In de aanloop naar de opstelling van de zes zorgvuldig­heidsvereisten bij euthanasie, zoals die nu wettelijk zijn vastgelegd, ging men ervan uit dat het wenselijk is dat een euthanasieverzoek ook met naasten wordt besproken. Dit is uiteindelijk niet letterlijk in de wetscriteria opgenomen, omdat Nederland een verzoek tot euthanasie ziet als een vraag van de patiënt, waarbij het van groot belang is om (schijn van) druk van buitenaf te voorkomen. De Euthanasiecode 2018 van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (rte) stelt letterlijk: ‘Het is doorgaans wenselijk en vanzelfsprekend om de familie bij een euthanasieverzoek te betrekken, maar dat is niet vereist, laat staan dat de familie zou moeten instemmen met de euthanasie.’ In de praktijk zijn naasten vaak (op enig moment) wel betrokken in de euthanasieprocedure. De afgelopen jaren is uit verschillende publicaties gebleken dat familie graag geïnformeerd wil worden over de behandelingsmogelijkheden en de stervenswens van hun dierbare. Ook huisartsen en medisch specialisten vinden het in de basis belangrijk om familieleden te betrekken bij een verzoek tot vrijwillige levens­beëindiging. De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVVP) stelde in 2018 eveneens een richtlijn op waarin staat dat naasten van de patiënt in alle fasen van het euthanasietraject betrokken dienen te worden. De NVVE pleit ervoor dat dit standpunt in richtlijnen voor álle patiëntengroepen wordt opgenomen.  Privacy > Een betrokken naaste zou informatie kunnen geven die van belang is voor de euthanasieprocedure. Gaat het om euthanasie bij een wilsonbekwaam iemand met verge­vorderde dementie, dan kan dat zelfs cruciaal zijn voor het correct interpreteren van zijn wilsverklaring. Betrokkenheid geeft naasten bovendien de kans om inzicht te krijgen in het euthanasieproces en de zorgvuldigheid daarvan. Uiteraard moet de arts zich in het contact met naasten houden aan privacywetgeving, waarin de vertrouwelijkheid tussen arts en patiënt vooropstaat. Hij mag dus niet zomaar alles delen met familieleden. Maar wat nu als een naaste pertinent tegen het euthanasieverzoek is? Mag hij of zij dan een gesprek eisen met de arts? De Wtl stelt hierover geen eisen en artsenvereniging KNMG kent op dit punt geen richtlijn. Het is dus aan de arts, meestal in overleg met de consulterend scen-arts en de patiënt zelf, om per situatie te beslissen of hij zo’n gesprek met een naaste wel of niet aangaat. •


Tekst: Brenda Kluijver • Illustratie: Rhonald Blommestijn