Uitvaartverzorger Richard van Roessel:

'Neem naaste met dementie serieus bij het afscheid nemen’

Uitvaartverzorger Richard van Roessel:

‘Neem naaste met dementie serieus bij het afscheid nemen’

Vroeger werden naasten met dementie weggehouden van de dood en afscheid nemen, tegenwoordig weten we: hen betrekken in het proces is beter. Dat is precies wat uitvaartverzorger Richard van Roessel in zijn dagelijks werk doet. ‘Het begeleiden van iemand met dementie die afscheid neemt van een overledene, vraagt specifieke aandacht.’

In een hang naar veiligheid koos hij ooit voor een loopbaan in de financiële sector, maar het bleef altijd kriebelen. Met het idee het roer definitief om te gooien, stapte Van Roessel (56) zes jaar geleden op de fiets om na te denken. In zijn tocht langs de IJssel viel het kwartje: ik wil iets zinnigs doen voor anderen waar ik óók blij van word. ‘In mij huist een bescheiden kant, maar ook een kant die een podium durft te pakken. Daarnaast heb ik iets met familiesystemen. Die combinatie maakte dat ik dacht: ik stap de uitvaart­wereld in.’ Hij zei zijn baan op, volgde de opleiding tot uitvaartverzorger en startte zijn eigen bedrijf: Maestro-Uitvaarders. ‘Maestro, omdat je dirigent bent van je eigen leven en daar hoort ook de dood bij.’ En: Maestro omdat hij er nog een professie naast heeft. Van Roessel werd twaalf jaar geleden Nederlands kampioen luchtdirigeren. Luchtdirigeren is dirigent spelen van een denkbeeldig orkest op muziek uit een speaker. Van Roessel geeft er workshops over in verpleeg- en verzorgingshuizen en trad op tijdens een Algemene Ledenvergadering van de NVVE.

Eerlijkheid > In dat werk trof hem de eerlijkheid van ouderen met dementie en de momenten van verbinding die je met hen kunt ervaren. ‘Omgaan met mensen met dementie vraagt een bepaalde bejegening, specifieke vaardigheden. Dat merkte ik ook al snel in mijn werk als uitvaartverzorger. De eerste keren dat ik een uitvaart verzorgde waarbij een directe naaste met dementie betrokken was, voelde ik: hier moet ik bewust mee omgaan, hier moet ruimte voor zijn. Ik heb daarom via Alzheimer Nederland een cursus gevolgd in het begeleiden van mensen met dementie die een naaste verliezen. Ieder jaar krijg ik een bijscholing met de nieuwste inzichten op dit vlak. Een grote eyeopener.’ Zo houdt Van Roessel tegenwoordig bijvoorbeeld op praktisch gebied rekening met een aantal zaken als hij een uitvaart vormgeeft waarbij een naaste met dementie betrokken is. ‘Samen met andere familie, vaak kinderen, kijk ik naar hoe we onnodige prikkels en onrust kunnen vermijden. Even rust inbouwen voor en nadat je van de ene naar de andere plek gaat, de persoon met dementie niet overspoelen met honderd mensen die willen condoleren, dat soort dingen. Maar ook oog hebben voor ogenschijnlijk kleine aandachtspunten is belangrijk tijdens het hele afscheidsproces. Zo moedig ik het aan om fysiek contact te hebben met de overledene, even de hand aanraken, de koude huid voelen. Foto’s terugkijken en vooral ook foto’s laten maken tijdens de uitvaart, waar de persoon met dementie later naar behoefte doorheen kan bladeren.’

Niet vertellen > Naasten met dementie actief betrekken bij het afscheid en hen serieus nemen, is sinds een aantal jaar gangbaarder dan voorheen. ‘Vroeger dachten we: vooral niet vertellen aan je oma met dementie dat opa is overleden, dat kan ze niet aan. Het tegendeel is waar. Die eerste confrontatie met de overledene is voor mensen met dementie misschien op het moment zelf verwarrend en pijnlijk, maar later geeft dit echt meer rust’, weet Van Roessel. Hij past inmiddels zijn adviezen aan als blijkt dat een directe naaste dementerende is. ‘Laatst trof ik een pittige vrouw met een scherpe visie: haar man hoefde niet thuis opgebaard en ze zou misschien een enkele keer bij hem op bezoek gaan. Toen haar zoon vertelde dat zij dementerend was, heb ik juist een rouwkamer met 24-uursbeschik­baarheid geadviseerd. Dat was maar goed ook: mevrouw is wel tien keer bij haar overleden man geweest. Het hielp haar beseffen dat hij echt niet meer thuis was of thuis zou komen.’ Moment van afscheid > Is bij een afscheid iemand met dementie betrokken, dan denkt Van Roessel ook aan de impact die dat op de andere directe naasten kan hebben. ‘Je wilt bijvoorbeeld niet dat tijdens de afscheidsdienst alle aandacht uitgaat naar onrustig of onbegrepen gedrag van een naaste met dementie. Iedereen heeft recht op een plekje tijdens een uitvaart, ik zie het als mijn taak om daar oog voor te hebben. Iedereen moet het gevoel hebben: dit is mijn moment van afscheid. Dus als het rust geeft om bijvoorbeeld een verzorgende mee te nemen tijdens de uitvaart, of een andere vertrouwde persoon te koppelen aan de naaste met dementie: vooral doen.’ Van Roessel ziet het als zijn persoonlijke missie om de dood meer bespreekbaar te maken. Zo organiseerde hij in september de Middag van de Vergankelijkheid. ‘Ik zeg altijd: praat bij voorkeur al bij leven en gezondheid over de dood. Te vaak zie ik partners en kinderen na een overlijden in een snelkookpan terechtkomen. Ze moeten onder tijdsdruk allerlei belangrijke beslissingen nemen, zeker als er geen wilsverklaring is. Zo zonde. Al heb je als naaste maar een A4’tje waar wensen op staan of heb je het er samen eens over gehad, het maakt een afscheid veel waardevoller voor de achterblijvers. Ik ben dankbaar dat ik in verbinding met naasten kan helpen zoeken naar wat zij nodig hebben; en dat is dus ook goed mogelijk bij naasten met dementie.’ •


Tekst: Brenda Kluijver • foto: Mieke Meesen