Laurie Faro onderzoekt communiceren over sterven en rouw met kinderen

‘Slaapt hij? Nee, hij slaapt niet, hij is dood’

Je buitengesloten voelen is pijnlijk voor kinderen; het samen meemaken van een sterfbed en een uitvaart kan troostend en helend zijn. Dat zegt Laurie Faro (62), docent Taal en Communicatie aan de Radboud Universiteit. Zij onderzoekt hoe je met kinderen over de dood kunt communiceren op een manier die bij hun voorstellingsvermogen past. Wat is hun begrip van dood en rouw?

Doel van het onderzoek van Laurie Faro, hiervoor onderzoeker rituele studies aan de Tilburg University, is aan te tonen welke woorden en beelden kinderen kunnen helpen om te begrijpen wat doodgaan is. Daartoe praten studenten met kinderen over het levenseinde. Het thema spreekt aan, er hebben zich al meer belangstellenden voor haar onderzoek aangemeld dan Faro aankan. Samen met de kinderen lezen de studenten kinder­boeken en bekijken zij films als The Lion King. Daarin tuimelt vader leeuw naar beneden en valt dood neer. Het welpje ziet het gebeuren en gaat naar hem toe. ‘Dan komen de vragen’, zegt Faro: ‘Slaapt hij? Nee, hij slaapt niet, hij is dood. Wat is dood? Kan hij weer levend worden?’ Op welke leeftijd begint een kind te begrijpen wat doodgaan is? ‘Ik denk dat zich vanaf 5 jaar het begrip ontwikkelt dat alles wat leeft, ook doodgaat en dat dit universeel is. Als je ze vraagt wat dood kan gaan, dan noemen ze niet meer iets levenloos, zoals een stoel. Het begrip voor lichamelijke processen en dat lichaams­functies uitvallen komt met de leeftijd van 9-10 jaar. Als je nog in Sinterklaas gelooft, leef je in een fantasiewereld.’

Zo lang is het kind dus niet rijp om te begrijpen dat alles wat leeft ook doodgaat? ‘Precies, maar dat wil niet zeggen dat je er niet over moet praten. Daar zijn prentenboeken over dode dieren geschikt voor. Als een kind in de rouw is en het begrijpt niet wat dood zijn is, dan moet je beginnen met uitleggen dat dood “einde” betekent, niet meer aanwezig zijn. Dat kan je ze laten zien én voelen. Door naar de dode te kijken en te voelen dat het lichaam koud is. Het verrast studenten als ik dat zeg. Het lijk aanraken? Daar kunnen kinderen niet tegen, reageren ze. Volwassenen vinden dat eng, maar kinderen staan er veel opener tegenover. Ze willen alles weten. Ik weet dat ook uit onderzoek. Als je foto’s laat zien, vragen ze door. Ik heb een familie mogen interviewen waarvan de vader jong is overleden. De moeder heeft professionele rouwfoto’s laten maken en een dagboek bijgehouden, om later met de kinderen te kunnen bespreken hoe het precies is gegaan. Het klinkt misschien raar, maar ik raad aan om foto’s te maken.’ Wat kun je als grootouder doen om je kleinkinderen voor te bereiden op je naderende einde? ‘Luisteren naar wat je kinderen willen, hen niet overrulen, maar wel proberen je kleinkinderen erbij te betrekken. Het ziekteproces uitleggen, met de dood als slot. Daar kun je kinderboeken dus bij gebruiken. Ook als het over euthanasie gaat.’

Laurie noemt als goed voorbeeld Code Kattenkruid van Jacques Vriens. Het gaat over de 79-jarige opa van Stijn, een jongen van 12. Opa heeft kanker en wil geen behandelingen meer. ‘Ik wil niet wachten met doodgaan tot ik van ellende in mekaar stort’, zegt hij tegen de jongen. In het blik waar ‘Kattenkruid’ op staat, zit zijn euthanasieverzoek. ‘Het is zó mooi beschreven. Hoe dat kind met zijn opa praat, hoe hij er naartoe groeit dat opa euthanasie zal krijgen en hoe hij dat dan ook goed vindt voor opa.’ Laurie was geboeid door de vraag waarom Vriens het boek zo had geschreven en welk effect het op kinderen zou hebben. De schrijver raadde haar aan om het in een klas voor te lezen en met kinderen erover in gesprek te gaan. Dat deed ze in groep acht, met kinderen van 11-12 jaar. ‘Twee meisjes van wie de opa net was overleden – ook ongeneeslijk ziek en door euthanasie – waren in tranen. Dat was alleen maar goed voor het gesprek. Een kind zei dat euthanasie in zijn geloof niet mocht. Daar kwam ook een heel gesprek uit voort.’ Herinnering > Met een boek als Code Kattenkruid maak je euthanasie bespreek­baar voor kinderen, vindt Faro. Stijn mag zelf beslissen of hij bij de euthanasie van zijn opa aanwezig wil zijn. Hij vindt het eng maar hij wil zijn opa ook tot steun zijn. Daarom is hij erbij, samen met zijn ouders. ‘De herinnering aan het sterven, hoe het ging, is belangrijk voor de verwerking’, zegt Faro. ‘Tot voor kort was het vanzelfsprekend dat kinderen niet bij een sterfbed waren. Het is opvallend hoeveel mensen zich nog goed kunnen herinneren dat ze niet bij de uitvaart van hun vader of moeder mochten zijn omdat ze te jong waren. Je buitengesloten voelen is pijnlijk. Het samen meemaken kan troostend en helend zijn.’ •

Tekst: Ineke Jungschleger • Foto: Frank Ruiter