Psychiater Julián García ziet dat vooral jongere vakgenoten openstaan voor euthanasie

‘Het beweegt de goede kant op’

‘Euthanasie bij psychiatrische patiënten blijft een beladen onderwerp, maar ik zie dat mijn generatie en jonger meer openstaat voor de mogelijkheid dan oudere vakgenoten. Het is in beweging en het beweegt de goede kant op’, meent psychiater Julián García (41).

Een kleine twee jaar geleden verleende García voor het eerst hulp bij zelfdoding bij een van zijn patiënten. Dat was toen ook voor hemzelf niet vanzelfsprekend. ‘Ik wist dat ze bezig was met het traject bij Expertisecentrum Euthanasie, toen nog de Levenseindekliniek. Ik was zelf ook tot de conclusie gekomen dat dat misschien een goede optie was. Ik zag voor haar geen behandelmogelijkheden meer. Het Expertisecentrum belde mij met de vraag waarom ik de hulp bij zelfdoding niet zelf verleende. Tja, waarom eigenlijk niet? Ik vond het apart dat ik daar niet over had nagedacht. Het is toch iets heftigs, dat je blijkbaar onbewust geneigd bent een beetje uit de weg te gaan. Dat ik daar bewust van werd, was echt een eyeopener. Ik wilde er toch zijn voor mijn patiënte? En haar helpen was de barmhartige keuze.’ Meer kunde bij artsen > Dat de vrouw met haar verzoek niet bij hem was gekomen, zou te maken kunnen hebben met het feit dat ze het al aan andere artsen had gevraagd, onder wie haar huisarts. Die wilden niet meewerken. ‘Ik geloof dat veel behandelaren er niet zo voor openstaan. Daarom gaan patiënten er misschien bij voorbaat al van uit dat zij het niet willen. En deze patiënten weten de weg naar het Expertisecentrum vaak goed te vinden’, zegt García.

Maar de Levenseindekliniek is uit nood geboren, benadrukt hij. ‘Ze wilden zichzelf overbodig maken. Daarvoor is het nodig dat er meer kunde bij artsen komt. De naamsverandering in Expertisecentrum Euthanasie vind ik daarom een logische stap. Het centrum zet nu in op het opleiden en begeleiden van artsen. Ik heb veel steun ondervonden van de consulent die mij heeft begeleid. Ik kon met al mijn vragen bij hem terecht en hij was ook bij de uitvoering aanwezig.’ Mooie dood > García vond het een ‘enorm aangrijpend traject’. ‘Ik neem mijn werk zelden mee naar huis, maar dit hield me zelfs een paar keer wakker. Wat als er iets misgaat? Het waren zorgen om niets, want het moment zelf verliep bijzonder rustig. Ik vond het prettig als zij het drankje zelf op zou drinken – daarom heet het hulp bij zelfdoding en geen euthanasie – en dat begreep ze. Het was een mooie dood. Ik ben naar de uitvaart geweest en daar kwamen mensen naar me toe die dankbaar waren dat het gelukt was. Het voelde helemaal als de goede keuze.’ Toch merkte de psychiater dat hij opgelucht was toen hij na een paar maanden in de brief van de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie las dat hij zorgvuldig had gehandeld. ‘Niet omdat ik daar twijfels over had, maar er hangt veel af van dat oordeel. Er stonden zelfs complimenten in die brief. Dat verraste me positief. Zoiets verwacht je niet in zo’n officieel document.’ Dat was het moment dat hij het echt kon afsluiten.

Roomser dan de paus > Inmiddels is García ook SCEN-arts. SCEN staat voor Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland. ‘De SCEN-arts die mijn patiënte bezocht, deed dat heel goed. Ook zij was een steun voor mij. Ik vond dat heel mooi. Dus toen ik las dat er een tekort aan psychiaters was die SCEN-arts zijn, heb ik besloten dat te gaan doen. In de richtlijn die de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie in 2018 uitbracht, staat dat de SCEN-arts in het geval van een psychiatrische patiënt psychiater moet zijn, als de uitvoerder geen psychiater, maar bijvoorbeeld huisarts is. Daarmee is de vereniging roomser dan de paus, want daarover staat niets in de wet. Ik weet nog niet wat ik daarvan vind. Ik word om die reden wel gevraagd bij psychiatrische patiënten, maar dat zijn er niet zoveel. Ik ga bij iedere patiënt langs die een euthanasiewens heeft en waar een SCEN-arts nodig is. Ik hoop en geloof dat we steeds minder onderscheid maken tussen fysieke en psychische klachten. Mensen die al jarenlang een serieuze dwangneurose hebben, genezen daar niet ineens uit zichzelf van. Ik vind dat je als arts tegen je patiënt moet durven zeggen: je wordt niet meer beter. En dan lijkt het mij logisch dat voor mensen met een psychische stoornis dezelfde mogelijkheden bestaan als voor ieder ander.’

9,5 procent Expertisecentrum Euthanasie deed onderzoek naar de psychiatrische patiënten die bij hen aankloppen. Het overgrote deel van de hulpvragers heeft ernstige en complexe psychiatrische problematiek. Ze lijden ernstig, zonder zicht op verbetering. Van hen krijgt 9,5 procent euthanasie. Het Expertisecentrum heeft zijn dienstverlening door de coronacrisis tijdelijk opgeschort.


Tekst: Martien Versteegh • Fotografie: René ten Broeke Deel deze pagina