Het behandel­verbod: dit wil ik niet

‘Ze kunnen zoveel tegenwoordig.’ Het is een zucht van bewondering die nogal eens wordt geslaakt als het gaat om de verworvenheden van de moderne geneeskunde. Maar die schier onuitputtelijke hoeveelheid behandelmogelijk­heden heeft ook een keerzijde, vinden sommigen. Juist aan het einde van het leven. Het behandelverbod geeft mensen een ‘wapen’ in handen om daar regie op te houden.

Het behandel­verbod: dit wil ik niet

‘Ze kunnen zoveel tegenwoordig.’ Het is een zucht van bewondering die nogal eens wordt geslaakt als het gaat om de verworvenheden van de moderne geneeskunde. Maar die schier onuit­puttelijke hoeveelheid behandel­mogelijkheden heeft ook een keerzijde, vinden sommigen. Juist aan het einde van het leven. Het behandelverbod geeft mensen een ‘wapen’ in handen om daar regie op te houden.


Wat is dat precies: een behandelverbod?

Het behandelverbod is een schriftelijke verklaring waarin u zegt dat u in een bepaalde situatie niet (meer) behandeld wilt worden. Het gevolg van die beslissing kan zijn dat u overlijdt. Voor een arts en voor uw naasten kan het heel belastend zijn om zo’n beslissing te moeten nemen in een situatie waarin het nut van (verdere) behandeling twijfelachtig is. Met het behandelverbod schept u vooraf duidelijkheid over uw wensen in zo’n situatie.


Wanneer geldt het behandelverbod?

Het behandelverbod geldt alleen als de situatie die u heeft beschreven, zich voordoet. U kunt er bijvoorbeeld in opnemen dat u geen behandeling meer wilt als u geheel verlamd raakt en zelf uw wensen niet meer kunt uiten. Of als u permanent van zorg afhankelijk zult zijn. Onder behandelen wordt overigens ook verstaan: vocht en voedsel toedienen. Het is dus van groot belang dat u van tevoren goed nadenkt over wat u in een dergelijke situatie wenst. Omschrijf dat zo duidelijk mogelijk in uw behandelverbod en bespreek het met uw arts en naasten zodat zij op de hoogte zijn.


Is een zorgverlener verplicht mijn behandelverbod te respecteren?

Jazeker. In de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo) staan de rechten en plichten van patiënten beschreven. Een van die rechten (beschreven in artikel 450 lid 1) is dat u nee mag zeggen tegen een behandeling. Als u dit op papier heeft gezet, moeten artsen een dergelijk behandelverbod niet beschouwen als een verzoek, maar als een dwingend voorschrift (dat staat dan weer in lid 3 van hetzelfde artikel).


Zijn er redenen denkbaar waarom een zorgverlener tegen mijn behandelverbod zou mogen ingaan?

In artikel 7:450 lid 3 staat dat dit alleen mag als hij daar ‘gegronde redenen’ voor heeft. Dat kan zijn als de arts bijna zeker weet dat het behandelverbod niet van uzelf afkomstig is. Of als hij sterke vermoedens heeft dat u wilsonbekwaam was op het moment dat u het tekende, en dus niet begreep wat de consequenties zijn. Andere mogelijkheid is nog dat er nieuwe behandelingen zijn gekomen die u toch kunnen redden en waarvan u het bestaan niet kende toen u het behandelverbod opstelde.


Is mijn behandelverbod ook geldig in het ziekenhuis?

Ja. In de operatiekamer gelden overigens wél andere regels. Die verschillen per ziekenhuis. Uw arts vertelt u daarover voorafgaand aan een operatie.


Een niet-reanimerenpenning, dat is toch ook een soort behandelverbod?

Een niet-reanimerenpenning, dat is toch ook een soort behandelverbod?Ja, met een niet-reanimeren-penning geeft u aan dat u niet gereanimeerd wilt worden. Dat kunt u ook in uw behan-delverbod opnemen, maar als u een hartstilstand krijgt, gaan hulpverleners niet eerst naar dat document zoeken. Elke seconde telt, dus is het belangrijk dat ze in één oogopslag kunnen zien dat u een behandelverbod voor reanimatie heeft. Dat is de functie van de niet-reanimeren-penning. Het is een op zichzelf staande verklaring, in de vorm van een metalen plaatje met een pasfoto, uw naam, handteke-ning en geboortedatum. U kunt het aan een halsketting dragen zodat het goed zichtbaar is voor hulpverleners. De penning is te bestellen bij de Patiëntenfedera-tie (patiëntenfederatie.nl) en kost € 50,00, inclusief verzendkosten.


Is iedereen verplicht het behandelverbod te respecteren?

De Wgbo geldt voor iedereen die zorg verleent in de hoedanigheid van een geneeskundig beroep of bedrijf. Denk daarbij aan professionele hulpverleners zoals artsen en ambulance­personeel. Als zij ook nog eens geregistreerd zijn voor de Wet BIG, dan kunnen ze voor de tuchtrechter worden gedaagd. U kunt ze dan ook civielrechtelijk aanspreken. Mensen die zorg verlenen vanuit een andere hoedanigheid, zoals EHBO’ers op een festival of BHV’ers op het werk, hebben die verplichting niet. Zij mogen zelf beslissen of ze levensreddend handelen of niet. Een waterdichte garantie dat u in alle gevallen niet wordt behandeld of gereanimeerd, bieden het behandel­verbod en de niet-­reanimeren­penning dus niet.


Als ik geen behandelverbod heb, wie beslist er dán eigenlijk?

Als u in een medisch twijfelachtige situatie komt en zelf niet meer in staat bent om beslissingen te nemen, dan mag uw vertegenwoordiger de arts vragen een behandeling te stoppen. De eerdergenoemde Wgbo hanteert een rangorde in die vertegenwoordiging: is er een curator of mentor, dan komt die eerst. Is die er niet, dan volgt de schriftelijk gemachtigde vertegen­woordiger. Heeft u niemand schriftelijk gemachtigd, dan is de beslissing aan uw partner, ouders, kinderen, broers of zussen, in die volgorde. De hulpverlener moet die beslissing in beginsel respecteren, maar kan hieraan voorbijgaan op grond van ‘goed hulp­verlener­schap’, bijvoorbeeld omdat uw vertegenwoordiger niet uw belang voor ogen heeft.


En als ik een behandelverbod heb en mijn familie is het daar niet mee eens, wat dan?

Dat is natuurlijk heel vervelend, maar alleen úw wil telt, niet die van uw familie en niet die van de arts. Des te belangrijker is het om uw wensen met uw naasten en uw (huis)arts te bespreken en ze uit te leggen waarom u deze keuze maakt. Het behandelverbod van de nvve kunt u digitaal invullen op mijnnvve.nl. U kunt het ook in papieren vorm bestellen (€ 10,00). Meer informatie erover vindt u op nvve.nl.

Tekst: Els Wiegant • Illustratie: Bernet Ragetli