IN BEELD


image

De smaak van pindakaas

De weg naar het einde na een herseninfarct

Allard Felderhoff & Desirée Bekker Uitgeverij Donkigotte, € 14,95

Welke ‘ik’ ben je nog na een herseninfarct? Allard Felderhoff stelt zich deze emotionele vraag in dit ontroerend eerlijke boek, waarin hij zijn ervaringen tot aan zijn dood deelt. Omdat zijn verhaal door de gevolgen van het infarct soms uitleg nodig heeft, geeft zijn vrouw Desirée Bekker er woorden aan. Ze beschrijft ook hoe haar leven, haar lieve partner en hun toekomst samen voorgoed veranderen na die ene dag ‘van dat propje in de hersenen’ van Allard. Het boek neemt je mee door zijn worstelingen over wat nu echt belangrijk is in het leven na een herseninfarct. Allard zit niet te wachten op een ergotherapeut die hem een eitje leert bakken met zijn goede arm; hij wil zich uitdrukken, communiceren. Hij voelt zich gevangen in zichzelf door de afasie, epileptische aanvallen, ‘het gat in zijn brein’, zoals zijn psychologen het noemen. ‘Monddood’, zoals Allard het zelf omschrijft. In indrukwekkende tekstfragmenten en tekeningen deelt hij zijn gevoelens van frustratie, angst, isolement en zich onbegrepen voelen in een te klein geworden wereldje. Een wereld waarin hij niet op deze manier wil zijn. Gesteund door Desirée doet hij een euthanasieverzoek. Zij loopt die hele weg naast hem. Betrokken, maar tegelijkertijd gevoelsmatig ook als toeschouwer aan de zijlijn. Na 25 jaar samen neemt Desirée in december 2017 afscheid van haar Allard. ‘Ik was aangekomen in niemandsland en wist niet waar ik naartoe zou gaan. Een reis die nog alle kanten op kon. Ik moet door en ik ga door. Dat heb ik jou immers beloofd. Het is zo stil in mij. Ik heb nergens woorden voor. Ons verhaal is uit.’


image

Ik weet niet wat ik zeggen moet…

Hoe praat je over dood, verlies & rouw

Mariska Overman en Rob Bruntink Uitgeverij Ten Have, € 17,99

Hoewel het aantal boeken dat over de dood en rouw verschijnt anders doet vermoeden, blijven we het moeilijk vinden over die onderwerpen te praten. Mariska Overman geeft daar een mooi voorbeeld van in het eerste hoofdstuk van dit boek. Hoewel ze zelf heeft ervaren hoe het is om dierbaren te verliezen, zocht ze toch naar woorden toen ze een oud-collega wilde mailen omdat ze gehoord had dat hij ziek was en dood zou gaan. ‘Ineens leek elk woord raar, afstandelijk, of juist te persoonlijk en daarmee ongepast.’ Herkenbaar voor velen vermoedelijk. Dit boek biedt handvatten. Handvatten voor het gesprek over de dood, als daar nog helemaal geen sprake van is. Wat weet je van iemands wensen voor de laatste levensfase, op het gebied van medische beslissingen, maar ook rondom de uitvaart? Met de mogelijke beginzinnen die de auteurs je aan de hand doen, wordt dat gesprek misschien ineens een optie. Maar ook handvatten voor het gesprek met iemand die weet binnenkort te zullen sterven. Overman en Rob Bruntink realiseren zich dat ieder mens anders is en dat er dus ‘geen standaard houdingen’, ‘zinnen’ of ‘woorden’ zijn, die je bij iedereen kunt gebruiken. Toch zijn er manieren die beter werken dan andere en zijn er dingen die je domweg beter nooit kunt zeggen. En misschien voelen sommige van die dingen een beetje als een open deur, toch zijn er nog steeds mensen die wél tegen iemand zeggen dat hij of zij optimistisch moet blijven en vooral moet blijven vechten. Daar zit geen zieke op te wachten. Of mensen die aan iemand in de rouw vragen: ‘Ben je er al overheen?’ Het boek zet aan tot nadenken, zorgt voor bewustwording en biedt dus handvatten voor een goed gesprek, een fijne reactie, welkome vragen en goede manieren om écht te luisteren.


image

Ik heb geleefd

Wat de dood je kan leren over het leven

Annemarie Haverkamp Lebowski Publishers, € 22,99

Wat doe je als je nog maar kort te leven hebt? Annemarie Haverkamp interviewde meer dan zeventig mensen die binnen afzienbare tijd zouden komen te overlijden. Gesprekken die uiteindelijk vaker over het leven dan over de dood gingen, want ‘door hun ziekte hadden ze beter voor ogen waar het echt om draait in het leven. De woorden “liefde” en “familie” vielen onnoemelijk vaak. Met de dood op de hielen, leefden ze intenser en genoten ze meer.’ Haverkamp stelt achter in het boek dat ze opmerkelijk weinig boosheid was tegengekomen, dat mensen zo veerkrachtig leken. ‘Of sprak ik alleen de mensen die positief waren en zich daarom wilden laten interviewen?’ Dat kan ze niet uitsluiten. Het maakt de verhalen niet minder waardevol. Bovendien is het ook niet zo dat de pijn en het verdriet niet voorbijkomen. Afscheid nemen, het leven loslaten, er zullen weinig mensen zijn die het makkelijk vinden. Neem de 38-jarige Nicole, die wekedelen-kanker heeft. Haar 13-jarige zoon Mitch heeft het syndroom van Down. ‘Voor hem wil Nicole er tot het laatste moment zijn. “Ik heb mezelf echt wel zielig gevonden. Nu denk ik: het kan altijd erger.” Hoe dan? “Dat ik geen lieve mensen om me heen zou hebben. Geen huis had. Of dat ik morgen al dood zou gaan.”’


image

Het laatste deel

Robert Seethaler De Bezige Bij, € 18,99

‘Op zijn kist op het zonnedek dacht Mahler in een opwelling van boosaardige berusting aan de nietigheid van het leven. Het was nauwelijks meer dan een korte uitademing, een zucht in de wereldstorm, en toch was het leven hem zo lief, dat de droefenis over de vergeefsheid van deze liefde zijn hart bijna in stukken scheurde.’ Een mooi geschreven korte roman over de laatste reis van componist Gustav Mahler van New York terug naar Europa. Hij weet dat hij stervende is en overdenkt zijn leven. Zijn werk, de relatie met zijn vrouw Alma, zijn dochters, van wie er een is overleden, zijn gesprekken met Freud en een ontmoeting met Rodin: het komt allemaal voorbij. Als er al iets aan te merken is op het boek, dan is het dat veel van die verhalen best wat uitgebreider hadden mogen zijn. In plaats van 126 pagina’s, had het leven van Mahler zich ook prima geleend voor een lijvige roman.


image

Als je wieg op drijfzand staat

Een bijzondere ontmoeting tussen een parketmagistraat en een moegestreden vrouw

Ine Van Wymersch

Lannoo, € 19,99

Parketmagistraat (officier van justitie in België) Ine Van Wymersch gaat een bijzondere uitdaging aan: ze wil het verhaal vertellen van Elvire, die dat zelf niet aan papier kan toevertrouwen omdat ze analfabeet is. Van Wymersch kreeg een verzoek van deze vrouw onder ogen om haar jeugdrechtbankdossier in te zien. Elvire heeft dat dossier nodig om te achterhalen wat er in haar eerste zeven levensjaren is gebeurd. Ze heeft daar geen herinneringen aan en vanaf haar zevende komt ze in instellingen terecht en gaat haar leven van kwaad tot erger. Als het dossier opduikt en Van Wymersch dat nieuws deelt met Elvire, is haar reactie: ‘Nu mag ik euthanasie.’ Haar jeugdrechtbankdossier blijkt het laatste puzzelstukje te zijn op de weg naar euthanasie wegens ondraaglijk psychisch lijden. Ik wankel. Heb ik nu net iemand toegang gegeven tot de dood?’ Niet alleen word je meegenomen in het heftige verhaal van Elvire, Van Wymersch maakt je ook deelgenoot van haar eigen twijfels en overdenkingen. En juist dát maakt dit boek zo ijzersterk. Voor het schrijven (en een podcast) trekt zij zich samen met drie anderen in een huisje aan zee terug. ‘We maken weinig, maar essentiële afspraken voor ons driedaags verblijf aan zee: we gaan Elvire niet proberen te redden, we doen niets wat de ander niet wil, het blijft Elvires verhaal, en we gaan niet zuinig zijn met lekker eten.’ Het plan wordt werkelijkheid, de podcast en het boek komen er, maar de weg ernaartoe is voor niemand eenvoudig.

Tekst: Martien Versteegh (Brenda Kluijver schreef over De smaak van pindakaas)