Nieuwe coördinerend voorzitter van de RTE, Jeroen Recourt:

‘Toetsings­commissies maken euthanasie mogelijk’

De nieuwe coördinerend voorzitter van de Regionale Toetsings­commissies Euthanasie (RTE) begon zijn carrière als rechter, stapte daarna over naar de politiek en het tuchtrecht. Jeroen Recourt benadrukt tijdens het gesprek herhaaldelijk het belang van de toetsingscommissies. ‘Wij zijn er niet om artsen dwars te zitten, maar juist om euthanasie mogelijk te maken.’

De opvolger van Jacob Kohn­stamm, die begin dit jaar afscheid nam, praat enthousiast over zijn nieuwe functie. ‘Net als al mijn collega’s binnen deze organisatie ben ik enorm betrokken bij het onderwerp euthanasie. Mijn ouders zijn NVVE-leden van het eerste uur. Ik heb het als het ware met de paplepel ingegoten gekregen.’ Tot 2010 was Recourt rechter, maar in dat jaar liet hij de rechtspraak bewust achter zich. ‘Er zijn altijd meerdere perspectieven op de werkelijkheid. De juridische blik is een beperkte blik en dat ging me tegenstaan. Toen ik tuchtrechter werd, kwam daar de medische blik bij. En nu, bij de RTE, de ethische. Dat brede palet spreekt me aan.’

Strikt gescheiden > Daarnaast neemt Recourt dus ook een politieke blik mee, want bijna zeven jaar zat hij in de Tweede Kamer voor de PvdA en nu is hij lid van de Eerste Kamer. ‘Dat is net als dit voorzitterschap geen fulltime functie en ik vind het een mooie combinatie. Ik weet hoe de politiek werkt en ik hoop dat dat onze organisatie helpt om juist buiten die politiek te blijven.’ Daar hamert Recourt op: de politiek en de RTE staan volledig los van elkaar. Daar waar hij in de Eerste Kamer geen uitspraken doet over euthanasie, laat hij zich in zijn rol van RTE-voorzitter absoluut niet verleiden tot een politieke uitspraak. ‘Dat is van wezenlijk belang. Zonder de waarborg van de RTE, van de zorgvuldige toetsing achteraf, vervalt het draagvlak in de maatschappij. Euthanasie is geen verworvenheid die nooit meer zou kunnen verdwijnen. Er wordt ook in ons land nog heel verschillend over gedacht.’ Of het beter zou zijn om vooraf te toetsen in plaats van achteraf of om euthanasie uit het strafrecht te halen; het zijn onderwerpen waar veel discussie over is. ‘En dat is goed. Maar wij doen daar geen enkele uitspraak over. Het systeem functioneert, het zorgt voor vertrouwen. Je kunt altijd nadenken over hoe het anders kan, misschien beter. Dat is aan organisaties als de NVVE en aan de politiek. Wij moeten het vertrouwen in de zorgvuldige uitvoering borgen en dat kun je enkel en alleen als neutrale toetser.’

Strafrecht > Voor het eerst werd de afgelopen jaren tegen enkele artsen een strafrechtelijk onderzoek ingesteld. ‘Dat is niet omdat wij strenger zijn geworden. Het Openbaar Ministerie (om) bepaalt niet hoe wij toetsen. Bijna alle gevallen die wij toetsten, kregen het predicaat “zorgvuldig”. Dat gaat om zo’n zevenduizend per jaar. In een aantal gevallen willen we graag in gesprek met de arts, omdat we aanvullende vragen hebben. Dat is geen verhoor of onderzoek, maar echt een gesprek. Al horen of lezen we soms dat daar een ander idee over bestaat. Ik hoop verandering te brengen in die beeldvorming door goede voorlichting over wat we doen, waarom en vooral ook hoe.

De paar gevallen – het zijn er jaarlijks minder dan tien – die na die gesprekken het stempel “onzorgvuldig” krijgen, moeten we doorsturen naar de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en naar het om. De inspectie kan dan besluiten een klacht in te dienen bij het tuchtcollege en het om gaat over eventuele vervolging. Zij besluiten dat afzonderlijk van elkaar. We realiseren ons wat de impact is van zo’n beslissing, dus we gaan niet over één nacht ijs. Ik was een beetje bang dat het met zoveel dossiers stempelwerk zou worden. Maar dat blijkt allesbehalve waar te zijn. We laten dat niet gebeuren. Iedere jurist, medicus en ethicus die gemiddeld een dag per week werkt voor de rte, doet dat uit een enorme betrokkenheid.’ EuthanasieCode > De RTE geeft geen advies vooraf, maar op hun site is wel de EuthanasieCode beschikbaar die door de organisatie is opgesteld. Daarin is te vinden hoe de commissies de wettelijke zorgvuldigheidseisen toepassen. ‘Het is een levend document. De eerste versie is van 2018, die passen we regelmatig aan, onder meer op basis van de uitspraak van de Hoge Raad in de strafzaak tegen de verpleeghuisarts. Een aantal van de zorgvuldigheidseisen in de wet is subjectief, zoals de ondraaglijkheid van iemands lijden. Waar wij dan naar kijken is of een arts én SCEN-arts duidelijk kunnen maken waarom het lijden voor hem of haar invoelbaar was. Een wet, en dus ook onze Code die gebaseerd is op die wet, gaat over het algemene. De bijzonderheid van het specifieke geval moet je daarom altijd interpreteren. Past deze zaak wel of niet binnen die algemene normen? Dat is de kern van ons werk.’

Rust veiligstellen > Toen Recourt zijn ouders vertelde dat hij was aangenomen bij de RTE, zei zijn vader dat het tijd was voor een goed gesprek. Zijn ouders wilden graag hun wilsverklaring actualiseren en konden daar de hulp van hun zoon goed bij gebruiken. ‘Ik realiseerde me op dat moment eigenlijk pas hoe lastig het is om je wilsverklaring op te stellen. Het vraagt dat je goed nadenkt over wat je wel wil en wat niet. De grote winst van een wilsverklaring en eigenlijk ook van de mogelijkheid van euthanasie zelf, is dat het rust geeft. Er ontstaat duidelijkheid. Die rust en duidelijkheid willen we met de RTE veiligstellen door alle euthanasiegevallen zorgvuldig te toetsen. Dat euthanasie in Nederland mogelijk is, is een groot goed waar we zuinig op moeten zijn.’ •

Tekst: Martien Versteegh • Foto: Josje Deekens