Nieuwe poging om meer regie over levenseinde mogelijk te maken

De Coöperatie Laatste Wil (CLW) en dertig van haar leden daagden de Nederlandse Staat begin april voor de rechter. Het is voor het eerst dat eisers naar de burgerlijke rechter stappen over het verbod op hulp bij zelfdoding. Er liep al een strafrechtelijke procedure, die tegen Albert Heringa. Nu is daar een civielrechtelijke bijgekomen. Hoe zit het precies? Een overzicht in zeven vragen.


Wat vragen de CLW en de dertig eisers van de rechter?

Eigenlijk willen ze dat de rechter de wetgever (lees: de politiek) een impuls geeft om de wet aan te passen. De rechter kan en mag niet op de stoel van de wetgever gaan zitten, maar hij kan de wetgever wel terugsturen naar ‘de tekentafel’, zoals advocaat Tim Vis het omschreef. Samen met Sharon Zuurveld vertegenwoordigt hij de eisers. Ze vragen de rechter om te verklaren dat de Nederlandse Staat onrecht­matig jegens zijn burgers handelt. De NVVE, die ook al jaren voor meer eigen regie strijdt, ondersteunt de CLW-actie van harte. In Duitsland en Oostenrijk hebben vergelijkbare rechtszaken gespeeld. Die zijn door de eisers gewonnen: het verbod op hulp bij zelfdoding werd ongrond­wettig verklaard.


Hoe doet de Nederlandse Staat dat ‘onrechtmatig handelen’ dan?

Het antwoord vergt enige juridische uitleg. In onze Grondwet staat een aantal grondrechten, in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) ook. Burgers mogen zich daarop beroepen. Deze grondrechten beschermen het recht van mensen om te kunnen leven zoals zij willen leven. Maar ook, zo stellen de eisers, dat zij mogen sterven zoals zij willen sterven: humaan en waardig. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft dit recht al eerder erkend. De CLW en haar leden stellen nu dat de Nederlandse Staat van dit recht feitelijk een ‘schijnrecht’ maakt. Want: hulp bij zelfdoding is bij ons verboden volgens artikel 294, lid 2 van het Wetboek van Strafrecht. Met publicaties en acties probeert ook de NVVE al jaren om dit verbod afgeschaft te krijgen. De Staat werkt bovendien de toegankelijkheid van een legaal, veilig zelfdodingsmiddel tegen.


De zaak heeft dus niets met de euthanasiewet te maken?

Nee. Aan de Wet toetsing levensbeëin­diging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl) wil niemand tornen. Alleen, de euthanasiewet is bedoeld voor verlichting van het lijden op basis van een medische grondslag. De wet eist van een arts dat hij bekijkt of dat lijden ‘ondraaglijk en uitzichtloos’ is. De arts is daarbij gebonden aan strikte regels. Hierdoor valt een grote groep mensen die vrijwillig en weloverwogen een einde aan hun leven willen maken, maar niet ziek zijn, buiten de boot. De dertig eisende CLW-leden ondervinden daar – ieder op hun eigen manier – schade van.


Een ‘grote groep’, maar die groep zou toch helemaal niet zo groot zijn?

Dat ligt eraan waarop je je baseert. De commissie-Schnabel die onderzoek deed naar het vraagstuk van voltooid leven, vermoedde dat het om een kleine groep ging. Daarop deed Els van Wijngaarden een vervolgonderzoek. Hoewel er kritiek was op de opzet van haar onderzoek, legde het in ieder geval een grote behoefte bloot. Zo’n 76.000 mensen van 55 jaar of ouder gaven aan een ‘persisterende’ (volhardende) doodswens te hebben zonder dat zij ernstig ziek zijn. Zo’n 10.000 daarvan wensen (hulp bij) levens­beëindiging. Er is bovendien een breed maatschappelijk draagvlak voor hulp bij zelfdoding. Al in 2010 deelden 4200 mensen hun verhalen op de door de NVVE in het leven geroepen website Geachte Kamerleden. Het Burgerinitiatief Uit Vrije Wil overhandigde in datzelfde jaar bijna 117.000 steun­betuigingen aan de Tweede Kamer. In 2020 diende toenmalig D66-Kamerlid Pia Dijkstra een initiatiefwetsvoorstel Voltooid Leven in. Uit enquêtes en peilingen komt naar voren dat zo’n twee derde van de Nederlanders regie over zijn levenseinde wil hebben en een derde vindt dat er een legaal verkrijgbaar laatstewilmiddel moet komen.


Eh, dat was er toch al?

Dat klopt. In 2017 bracht de CLW in de openbaarheid dat er een legaal middel bestaat dat tot een veilige, zekere en relatief snelle dood kan leiden, middel X genoemd. Het middel werd alleen in grote hoeveelheden verkocht, terwijl voor een zelfdoding slechts een minieme hoeveelheid nodig is. Daarom had de CLW het concept van ‘inkoopgroepen’ bedacht. De leden daarvan konden het middel samen inkopen en onderling verdelen. Er was een veiligheidssysteem omheen gebouwd om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen. Toen het Openbaar Ministerie dreigde om 1100 leden van de inkoopgroepen te vervolgen, besloot de CLW ervan af te zien. De coöperatie geeft nog wel informatie over middel X. Er bestaan ook andere laatstewilmiddelen, maar die zijn niet legaal.


Hoe gaat het nu verder met die dagvaarding?

Omdat het in potentie veel mensen aangaat en de CLW dit uit algemeen belang doet, is de procedure een zogeheten collectieve actie. De dagvaarding wordt (geanonimiseerd) opgenomen in een register, waarna andere belanghebbenden zich kunnen aansluiten. Daarna is de Staat aan zet. Als die zich kan vinden in de argumenten die zijn aangedragen, kan hij de wet aanpassen. Doet de Staat dat niet, dan komt er een zitting en zal de rechter na uitwisseling van standpunten moeten beslissen of de Staat onrechtmatig handelt. Het hele proces kan wel een paar jaar duren.


En hoe staat het dan met de zaak tegen Albert Heringa, die zijn 99-jarige moeder in 2008 hielp bij haar zelfdoding?

Na een jarenlange rechtszaak, die al in 2013 begon, waarin Heringa door de nvve werd ondersteund, oordeelde de Hoge Raad in 2019 dat zijn veroordeling in stand kan blijven. Daarmee werd zijn voorwaardelijke celstraf van zes maanden definitief. Nu ligt de zaak bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Dat zal bekijken of de veroordeling van Heringa in strijd is met zijn grondrecht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.


Op nvve.nl en op de website van de CLW (laatstewil.nu) vindt u meer informatie.

Tekst: Els Wiegant • Illustratie: Bernet Ragetli