Over empathie, compassie en professionele nabijheid in de zorg

‘Wie ben jij en wat heb je nodig?’

Een empathische dokter aan je bed, zeker wanneer je ernstig ziek bent en je levenseinde nabij is: dat wil toch iedereen? Maar wat is empathie dan precies? Of gaat het meer om betrokkenheid, compassie, betere communi­catie? Een verkenning.

Volgens het woordenboek is de definitie van empathie: inlevingsvermogen, de kunde of vaardigheid om zich in te leven in de situatie en gevoelens van anderen. Mariska Boshoven is auteur van het boek Bij jou weet je het maar nooit. Tijdens haar zwangerschap kreeg ze te horen dat ze kanker had, haar vooruitzichten zijn gunstig. Mariska hoeft geen huilende zorgverleners aan haar bed, zegt ze. ‘Ik geloof dat de professionele afstand tussen arts en patiënt belangrijk is. Maar het is wel prettig als een zorgverlener oprecht betrokken is. Ik heb veel geluk gehad met mijn artsen. Mijn negatieve ervaringen zijn op een hand te tellen. Waar het mij om gaat is als mens gezien te worden, als partner en als moeder.’

De persoon zien > Liesbeth van Vliet, docent aan de Universiteit Leiden, doet onderzoek naar de vraag hoe communicatie patiënten kan helpen óf schaden als ze worden geconfronteerd met ernstige ziekte. Zij gebruikt de term ‘empathie’ regelmatig. ‘Het is een gangbare term, waar bijna iedereen een positief beeld bij heeft. Maar het is goed om te concretiseren wat je bedoelt. Als ik het woord gebruik, heb ik het over de persoon zien achter de ziekte, maar ook over het lijden van de ander zien én willen verzachten met acties.’ Wat Mariska zegt, begrijpt Liesbeth. ‘Natuurlijk word je als arts weleens geraakt, maar je gaat niet constant meehuilen. Dat is niet prettig voor jezelf en ook niet voor de patiënt.’ Hoe voorkom je dat je als arts te vaak of te zeer wordt geraakt? In Medisch Contact schrijft geneeskunde­student Linda Jolink over een onderzoek waaruit blijkt dat ervaren artsen de pijnintensiteit van patiënten beduidend lager inschatten dan minder ervaren collega’s. ‘Pure noodzaak. In het ziekenhuis zie ik de hele dag hartverscheurende dingen […]. Hoe zou ik de dag door kunnen komen als ik me […] volledig zou inleven.’ Actie ondernemen > Internist-oncoloog Suzanne Kaal werkt voornamelijk met jongeren tussen de 18 en 35 met kanker, ook wel AYA’s (Adolescents and Young Adults) genoemd. Zij wijst op het belang van actie ondernemen. ‘Ik las ergens dat empathie het vermogen is om je in iemand te verplaatsen. En dat compassie betekent dat je die empathie inzet om actie te ondernemen, om het lijden van iemand te verlichten. Ik voel me wel thuis bij deze definities.’ Suzanne stond tien jaar geleden mede aan de wieg van de eerste AYA-poli in het RadboudUMC, inmiddels uitgegroeid tot het Nationaal AYA Jong & Kanker Zorgnetwerk. ‘Van alle AYA-patiënten geneest 80 procent. Als ik alleen voor palliatieve patiënten zou zorgen, zou ik dat misschien wel te zwaar vinden. Al weet ik ook dat ik iets kan betekenen op het pad richting het einde. Zo’n proces is natuurlijk verdrietig, maar je kunt nog steeds proberen te helpen. Daar kan ik een goed gevoel aan overhouden.’

Een team om je heen hebben met wie je ervaringen en emoties kunt delen, is daarbij van belang, vindt Suzanne. ‘Napraten, even diep zuchten en een chocolaatje eten. Ik heb altijd een reep Tony Chocolonely in de onderste la van mijn bureau liggen.’ Liesbeth beaamt dat het voor zorgverleners belangrijk is even tijd te nemen voor en na een heftig gesprek. ‘We weten dat slecht nieuws brengen stressvol is. Het verhoogt het stressniveau en dat daalt niet onmiddellijk weer.’ Wereld van verschil > Of mensen snel de pijn van een ander voelen of juist kracht putten uit het kunnen helpen, zit vermoedelijk deels in hun natuur en verschilt van persoon tot persoon. Toch lijken trainingen op het gebied van empathie nuttig. ‘Sommige dingen zijn te leren. Zo kun je beter zitten in plaats van staan tijdens het contact met de patiënt. Ook werkt het om iemand te beloven dat je goed voor hem zult zorgen. Het is dan wel essentieel dat je die belofte waar kunt maken,’ aldus Liesbeth. Uit onderzoek waaraan zij heeft meegewerkt, blijkt dat patiënten meer informatie onthouden als een arts empathisch gedrag vertoont. ‘Hoe dat precies werkt, weten we nog niet. Je zou verwachten dat het te maken heeft met verminderde angst, maar die relatie hebben we niet kunnen leggen. Soms geven artsen aan dat tijdgebrek een probleem is. Maar empathisch gedrag hoeft niet veel tijd te kosten. Neem bijvoorbeeld het signaleren van de emoties van je patiënt. Als je dat niet doet, gaat iemand zichzelf misschien herhalen om toch gehoord te worden. Dan ben je alleen maar meer tijd kwijt. Het is dus beter en efficiënter om echt te luisteren.’ Mariska heeft een mooi voorbeeld van het belang om gehoord en gezien te worden. ‘Een maand na de bevalling kreeg ik mijn eerste chemo, waar ik allergisch op reageerde. Er was niet meteen duidelijk wat er aan de hand was, dus lag ik in isolatie. Er stonden twee assistenten aan mijn bed. De ene vroeg me of ik “het zoontje” al had gezien, de andere of ik wist hoe het met Fynn was en wanneer ik hem zou kunnen knuffelen. Ik geloof dat ze allebei oprecht belangstelling toonden. Toch voelde het als een wereld van verschil.’

Professionele nabijheid > In de AYA-poli kunnen jonge patiënten met ál hun vragen terecht: over bijvoorbeeld vruchtbaarheid, studie, werk, relaties en hypotheken. Suzanne vertelt: ‘Toen we de poli openden, gingen mijn collega-verpleegkundige en ik in onze witte jassen de wachtkamer in om iemand op te halen. Zodra we de spreekkamer inkwamen, hingen we die aan de kapstok, gingen we zitten en dan ging het gesprek over: wie ben jij en wat heb je nodig? Het eerste deel van die vraag gaat over iemands leefomstandigheden, wel of geen werk, familie, maar ook over welke emoties er spelen. En met de tweede vraag ga je samen op zoek naar hoe je als team de patiënt kan helpen bij het bewandelen van het pad dat er ligt.’ Aan het rijtje empathie en compassie voegt zij nog een andere term toe: professionele nabijheid. ‘Je bent erbij. Je leeft mee. Maar ik weet niet écht wat die ander voelt. Ik ben gelukkig gezond, dus ik weet niet hoe het is om aan de andere kant van die tafel te zitten. Ik kan er wél een open gesprek over hebben.’•

Tekst: Martien Versteegh