ZIJ DIE ACHTERBLIJVEN

Het is niet iedereen gegeven een ontroerend gedicht te schrijven naar aanleiding van het tragische sterfbed van je moeder maar Sonja Prins (1912-2009) lukte dat wel. LICHAAM VERLAMD dit lichaam dat je handhaaft als een brokkelig vat ten nauwste bij je blik en je lichaam betrokken bewegingloos geramd gestoten en gewond en toch van jou jouw omtrek en al acht seizoenen lang voor jou gevangenis een loden last en ik ontwijk de ogen toch al half blind omdat ik zelf gevangen zit in de kleine lichtkring van de lamp die nu nog schijnt – er buiten is duisternis

Het gedicht las ik in De eeuw van Sonja Prins, een inspirerende biografie over deze dichteres die eigenlijk ook over haar even bijzondere moeder gaat. Moeder Ina, juriste, voerde bijvoorbeeld, al flink op leeftijd, nog het woord bij de oprichtingsvergadering van Dolle Mina. Ze stierf, 92 jaar oud, in 1979, twee jaar nadat ze geveld was door een beroerte die haar lichaam tot een gevangenis maakte en haar de spraak ontnam. Ondanks een euthanasieverklaring werd ze nog een jaar lang kunstmatig gevoed in een zorginstelling. Sonja stond machteloos. Vroeger was niet alles beter. •

Tekst: Marijke Hilhorst