De vrijwilliger

Column Hans van Amstel-Jonker


Toch niet zo’n goed plan

De NVVE heeft regie over eigen sterven hoog in het vaandel staan. Dat betekent ook dat je als consulent mensen soms op andere gedachten moet brengen. Zoals een hoogbejaard echtpaar, beiden ver in de tachtig. Hij was ooit een groot zakenman. Zij komt op mij over als de vrouw achter deze man, die hem een thuis en een gezin gaf. Hij is geestelijk nog vitaal, hij schrijft zelfs nog wereldbeschouwelijke artikelen. Lichamelijk kan het onverwacht ineens afgelopen met hem zijn, dat heeft zijn dokter hem verteld. Zij gaat door haar ouderdom geestelijk en lichamelijk achteruit (ik vermoed beginnende dementie) en leunt in allerlei opzichten nog meer op haar man dan ooit. Hij doet dat met veel liefde. Hij bedenkt ook een pragmatische oplossing voor als hij plots komt te overlijden. Zij kan hem meteen volgen door het laatstewilmiddel in te nemen dat hij via internet heeft aangeschaft. Gezien haar zwakke geestelijke gesteldheid schat hij in dat zij hierbij wel wat hulp nodig heeft. Die hulp kunnen hun kinderen geven, bedenkt hij. Die hoeven dan niet meer voor hun zorgafhankelijke moeder te zorgen. De kinderen vinden dit een ongemakkelijke vraag en vinden het moeilijk om dit met hun vastberaden vader te bespreken. Wijze raad van een NVVE-consulent is welkom. Ik ga op bezoek. Ik tref een krachtige man aan, die overtuigd is van de juistheid van zijn plan. Eén zoon is aanwezig. Via internet nemen de andere kinderen deel aan het gesprek. Wat me opvalt is dat de geestelijke conditie van mevrouw zwak is. Ik probeer van haar duidelijk te krijgen wat ze van het plan vindt. Ik krijg geen of ontwijkende antwoorden. Het lijkt of ze berust in wat haar man graag wil. Iets wat ze wellicht haar hele leven heeft gedaan. Soms zitten relaties zo in elkaar.

Ik begrijp nu meteen waarom de kinderen het plan van hun vader niet omarmen. Wil moeder echt meteen na haar man overlijden? Of vindt ze het best dat ze langzaam wegglijdt in de vage mist die dementie heet? En daarbij, hulp bij zelfdoding is toch strafbaar? Ik wil meneer van zijn plan af praten, maar hoe doe je dat bij iemand die geestelijk nog zeer helder is en overtuigd van zijn plan, dat pragmatisch veel problemen voor zijn gezin oplost als hij plotseling overlijdt? Ik besluit om drie argumenten in de strijd te werpen. Allereerst zijn er nog steeds geen overtuigende ervaringen dat sterven met het door hem gekochte laatstewilmiddel vredig verloopt. De sporadische verhalen die bekend zijn, geven een beeld van soms vredig, soms heftig. Ook breng ik in dat het overlijden van mevrouw meteen na het overlijden van meneer als verdacht kan worden aangemerkt door de dienstdoende arts. Dan wordt het huis een ‘plaats delict’ en gaat de politie onderzoek doen. De kinderen zijn dan de eersten die worden aangesproken. Ten slotte geef ik aan dat bij mevrouw een stapeling van ouderdomsklachten speelt en dat euthanasie daarbij een reële optie is. Voor meneer is snel duidelijk dat zijn plan toch niet zo geschikt is als hij dacht. Hij gaat nog eens nadenken, zijn wilsverklaringen herformuleren en de mogelijkheden voor euthanasie onderzoeken. Ik merk een zucht van verlichting bij de kinderen. Enkele maanden later krijg ik bericht van de zoon: vader is rustig ingeslapen, hij werd snel slechter en heeft euthanasie gevraagd en gekregen. Over moeder schrijft hij niets. Ik ga ervan uit dat ze geen concrete doodswens heeft geuit en nu de zorg krijgt die ze nodig heeft. •

Bij de NVVE werken zo’n 140 vrijwilligers. Ze doen presentaties, helpen bij bijeenkomsten, leggen huisbezoeken af en ondersteunen leden bij al hun vragen rond het levenseinde. Hans van Amstel-Jonker en Jaap van Riemsdijk zijn twee ervaren vrijwilligers. Om beurten beschrijven zij een ervaring uit de praktijk.

foto: Anne Meijer