Hanneke Kwast over de dood van haar moeder

‘We waren steeds te laat, de tijd haalde ons in’

Het einde van Geertje Kwast-Dijkstra (76) kwam snel. Heel snel. Maar niet op een manier die zij zelf had gewenst. Ze kreeg geen euthanasie, maar een slecht uitgevoerde palliatieve sedatie. Voor de nabestaanden was haar dood traumatisch. Vier jaar later doet haar oudste dochter Hanneke (55) haar verhaal.

Een paar keer kijkt Hanneke Kwast mij vanachter haar donkere bril doordringend aan. ‘Ik ben niet boos’, benadrukt ze dan. ‘Die boosheid is klaar.’ Scherp: ‘En ik wil niemand beschuldigen, maar zelfs een hond krijgt een beter einde, toch?’ De dood van haar moeder zit haar na vier jaar nog steeds dwars. Niet vanwege de pech die haar moeder had omdat haar klachten niet serieus werden genomen. En ook niet omdat ze een maand na de diagnose al overleed. Maar de manier waarop, dat doet de dochter pijn. ‘Mijn moeder was een actieve vrouw. Een enorme regelaar. Nooit ziek. Altijd bezig’, schetst Hanneke. Trots: ‘De zomer voor haar dood stond ze op het IJsselmeer de zeilen van de boot nog te hijsen. Ze was toen al 75.’ Haar moeder had nooit iets op papier gezet over haar einde. Ook had ze haar wensen nooit besproken met haar man, hun twee kinderen of haar huisarts. ‘Zoiets was helemaal niet aan de orde’, vertelt haar dochter. ‘Mijn moeder was altijd gezond.’ Willeke Alberti > Tot 2017. Haar moeder kreeg ondraaglijke hoofdpijnen. Keer op keer werd ze door de medewerkers van de huisartsenpost en het ziekenhuis met paracetamol naar huis gestuurd. De pijn werd niet minder. Integendeel. Na veel gebakkelei werd ze uiteindelijk opgenomen in een ziekenhuis. Ze kreeg allerlei tests en onderzoeken, maar er was niets mis in haar hoofd. Ondertussen voelde ze zich steeds slechter. Pas na lang aandringen werd in een ander ziekenhuis de rest van haar lichaam onderzocht. Ze bleek een tumor op de alvleesklier te hebben. Er werden ook uitzaaiingen gevonden. ‘Mijn moeder wilde naar huis toen ze hoorde dat ze nog een maand of hoogstens twee maanden te leven had’, vertelt Hanneke. ‘Ze wilde thuis sterven. Wegglijden in het bijzijn van mijn vader, mijn broer en ik. Zelf zeggenschap hebben over haar dood.’ Zo ging het niet. Na het gevecht om te worden gediagnosticeerd, werd ook het einde van haar leven een strijd. Ze wilde euthanasie. Maar haar eigen huisarts was ziek en de vervangers wilden geen euthanasie uitvoeren. ‘Mijn moeder heeft haar wens nooit met haar arts besproken. We weten eigenlijk ook helemaal niet of hij bereid zou zijn geweest om haar te helpen.’ Daarom werd de toenmalige Levenseindekliniek, het huidige Expertise­centrum Euthanasie, gebeld. ‘Die arts wilde ons helpen, maar had tijd nodig om te zorgen dat aan alle zes zorgvuldigheidseisen werd voldaan. Die tijd hadden we niet.

Mijn moeder ging hard achteruit. Ze kon haar bed niet meer uit. Was heel erg misselijk. Sliep steeds vaker, en haar realiteitsvoorstelling werd anders. Ze zag bijvoorbeeld plots Willeke Alberti in de kamer zitten. Ze wist dat dat niet reëel was. “Dat zal er wel bij horen omdat ik doodga”, zei ze dan. Ze was niet angstig of onrustig. Toen nog niet.’ Niets vredigs aan > Haar moeder besluit het euthanasieverzoek door te zetten en overlegt ook met de plaatsvervangende huisarts. Die vindt dat haar lijden moet worden verlicht en stelt palliatieve sedatie voor. ‘Daar hebben we mee ingestemd, omdat ’t het enige was dat onmiddellijk kon. We waren uitgeput. Mijn vader is naar bed gegaan. En ik ben de hele nacht naast mijn moeder gaan zitten. Maar ze viel niet in een diepe slaap. Ze werd angstig. Had dorst. Was heel onrustig. Riep van alles. Ik heb uiteindelijk de thuiszorg gebeld en die heeft de sedatie verhoogd. Om half zeven ’s ochtends ging ik heel even op de bank liggen en werd een uurtje later wakker van mijn vader. Hij ging meteen bij mijn moeder kijken. Ze was in dat ene uurtje dat ze alleen was overleden.’ Hanneke vervolgt: ‘Ik vond haar sterven verschrikkelijk. Er was niets vredigs aan. Pas nu begrijp ik dat ze in eerste instantie te weinig medicatie heeft gehad.’ Aangedaan: ‘We hebben alle regels en wetten gevolgd. En dus kon palliatieve sedatie wel, maar euthanasie niet. Ik begrijp dat artsen die euthanasie uitvoeren zorgvuldig moeten werken, maar ik zag mijn moeder lijden. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Wat is dan het nut van zorgvuldigheid? Waarom krijgt iemand die zo ziek is en haar wens zo helder kan vertellen geen euthanasie? Je leven is het allerenige op de wereld dat van jou is. En dan heb je daar in de laatste dagen geen zeggenschap meer over. Wij vonden dat onbegrijpelijk.’ Wettelijk niet mogelijk > Inmiddels kan Hanneke er met iets meer afstand naar kijken, zegt ze. ‘Ik zie dat wij vier jaar geleden iets wilden wat wettelijk niet mogelijk is. Je kunt geen euthanasie op stel en sprong afdwingen. Als je niets hebt besproken en vastgelegd over je einde, kan de consequentie zijn dat het anders loopt dan je zou hebben gewild. Toch denk ik dat het anders zou kunnen. Ieder mens kan op zijn sterfbed toch besluiten dat het genoeg is geweest? Dat hij of zij niet langer wil lijden? Rustig wil sterven met de naasten om zich heen? Waarom moet je dat allemaal vastleggen in regels en wetten als je een arts hebt gevonden die je daarbij wil helpen? Dat is waar ik nog steeds mee struggle. Daar ben ik nog niet over uit.’ •

Tekst: Marloes Elings • Foto: Stijn Rademaker