(On)duidelijkheid over euthanasie bij vergevor­der­de dementie

Op 21 april vorig jaar deed de Hoge Raad uitspraak in de zaak tegen specialist ouderengeneeskunde Marinou Arends. Zij had een 74-jarige, wilsonbekwame en ernstig dementerende vrouw euthanasie gegeven. De Hoge Raad vernietigde daarmee een eerdere uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) dat de arts niet aan de zorgvuldig­heidseisen van de euthanasiewet had voldaan en bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat ze wél zorgvuldig had gehandeld. Wat is er sindsdien gebeurd rond dit vraagstuk?


Hoe zat het ook alweer met die casus?

Als zij in 2012 de diagnose alzheimer krijgt, ondertekent de vrouw een behandelverbod en een euthanasie­verzoek. Ze schrijft er zelf een demen­tieclausule bij: ze wil eutha­nasie als ze ‘nog enigszins’ wilsbekwaam is en niet meer in staat om thuis bij haar man te wonen. Drie jaar later past ze de wilsverklaring aan. Ze schrijft dan dat ze euthanasie wil ‘wanneer ik daar zelf de tijd rijp voor acht’. In de loop van 2015 wordt de vrouw wils­onbekwaam en begin 2016 wordt ze opgenomen in een verpleeghuis, waar Marinou Arends haar als patiënt krijgt. De arts bespreekt haar toestand en wils­verklaringen uitgebreid met alle betrokkenen en geeft de vrouw op 22 april – in aanwezigheid van haar familie – euthanasie.


En toen kwam er een juridische lijdensweg op gang?

Het handelen van de arts werd door de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie (RTE) als ‘onzorgvuldig’ bestem­peld. Ook het Regio­naal en later het Centraal Tuchtcollege hadden er kritiek op. Voor het Openbaar Ministerie was dat aanleiding om een strafrechtelijke vervolging tegen de arts in te stellen: ze werd beschuldigd van ‘onzorgvuldige euthanasie’ en secundair van moord. De rechtbank oordeelde dat de arts zorgvuldig heeft gehandeld en niet strafbaar is. Ze werd ontslagen van rechtsvervolging. Het OM was het daarmee niet eens en vroeg de Hoge Raad om een uitspraak, ‘in het belang van de wet’. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank. Dat oordeel is nu definitief.


Wat hield de uitspraak precies in?

De belangrijkste vraag voor de Hoge Raad was of iemand die door dementie niet meer in staat is een beslissing te nemen over euthanasie (wilsonbekwaam is ten aanzien van euthanasie), zijn euthanasieverzoek nog zou moeten bevestigen aan de arts. Nee, daar is geen enkele reden voor, zegt de Hoge Raad. Bevat een schriftelijk euthanasie­verzoek onduidelijkheden, dan mag de arts ook naar de omstandigheden kijken om de bedoeling van de patiënt te achterhalen, zoals verklaringen van familieleden en artsen. Er is dus ruimte voor interpretatie door de arts. De arts moet voldoen aan dezelfde wettelijke zorgvuldig­heids­eisen als altijd, al wordt in de uitspraak iets meer uitgelegd hoe. Bij mensen met gevorderde dementie is moeilijker vast te stellen of er sprake is van uitzichtloos en (actueel) ondraaglijk lijden, een van die eisen. De patiënt kan zelf immers vaak niet meer zeggen dat hij lijdt. De arts mag dan houvast zoeken in wat iemand als voor hem ondraaglijk en uitzichtloos lijden heeft omschreven in zijn schriftelijke wilsverklaring. Ook mag de arts afgaan op hoe familie en andere artsen de uitingen van de patiënt uitleggen.


Die uitspraak heeft dus voor enige duidelijkheid gezorgd?

Ja, euthanasie bij mensen met (vergevorderde) dementie die hun euthanasieverzoek niet kunnen doen of herhalen, blijft vreselijk complex, maar de uitspraak verhelderde wel het een en ander. De RTE’s vonden de uitspraak ook zo belangrijk dat zij, vooruitlopend op de periodieke update van 2021, eind vorig jaar al twee paragrafen in hun EuthanasieCode aanpasten. De code, voor het eerst gepubliceerd in 2015, moet voor artsen inzichtelijk maken hoe de RTE’s zaken beoordelen en fungeert daarmee als een richtlijn voor artsen.


Eind goed al goed, als je het zo oneerbiedig mag zeggen?

Nee, dat niet helaas. Deze zomer bleek namelijk dat procureur-generaal Rinus Otte van het Openbaar Ministerie – de man die ook besloot om de specialist ouderengeneeskunde te vervolgen – het niet eens is met de aanpassing van de EuthanasieCode. Het OM vindt dat de RTE’s de uitspraak van de Hoge Raad verkeerd uitleggen: zo zouden artsen een schriftelijke wilsverklaring niet mogen interpreteren als die niet duidelijk is. Otte vindt ook dat de toetsingscommissies de uitspraak te breed uitleggen, waardoor nieuwe groepen voor euthanasie in aanmerking komen. Hij zegt in een interview met Trouw dat de Hoge Raad specifiek over euthanasie bij dementie spreekt, terwijl de tekst van de EuthanasieCode betrekking heeft op iedereen die wilsonbekwaam is en een wilsverklaring heeft. Artsenorganisatie KNMG deelt de kritiek. De RTE’s zijn met het om en de KNMG in gesprek over de kritiek.


Wat betekent deze ontwikkeling voor artsen?

De onenigheid kan er in het uiterste geval toe leiden dat een arts die handelt overeenkomstig de huidige, aangepaste EuthanasieCode tóch van onzorgvuldige euthanasie wordt beschuldigd. Otte zei daarover in hetzelfde interview in Trouw: ‘Vervolging van een arts ligt niet voor de hand. Maar het kan wel, bijvoorbeeld als er aangifte wordt gedaan of de RTE een zaak als zorgvuldig aanmerkt en publiceren, en wij zien dat ze daarin die bredere interpretatie uit de code toepassen.’ Nieuwe onduidelijkheid dus. Of, om het in Ottes woorden te zeggen: ‘De te brede uitleg van het arrest door de RTE leidt juist tot nieuwe rechtsonzekerheid.’


Het om schijnt sowieso erg kritisch te zijn op de RTE’s...

Klopt. Bij demissionair minister Grapperhaus heeft het OM gepleit voor een ‘onafhankelijk onderzoek’ naar de oordelen van de euthanasiecommissies. Die zouden bijna nooit meer oordelen dat een arts onzorgvuldig heeft gehandeld. Alleen gevallen die door de RTE’s als zodanig worden beoordeeld, worden doorgestuurd naar het OM, waarna dat bekijkt of een arts strafrechtelijk moet worden vervolgd. De RTE’s zeggen dat het toeval is dat het aantal oordelen ‘onzorgvuldig’ sinds 2017 is gedaald. De NVVE heeft met grote verbazing kennisgenomen van het pleidooi van het OM. Ze vindt dat het OM bezig is met een ‘ordinaire machtsgreep’ en noemt Otte een ‘slechte verliezer’.


Tekst: Els Wiegant • Illustratie: Bernet Ragetli