OPINIE


Wetsvoorstel suïcide­preventie biedt geen perspectief

In maart van dit jaar diende Tweede Kamerlid Joël Voordewind van de ChristenUnie (CU) een wetsvoorstel ‘integrale suïcidepreventie’ in. Medeondertekenaars zijn SGP, CDA, PvdA, GroenLinks, SP en 50Plus. Ook D66 heeft steun toegezegd. Het initiatief klinkt veelbelovend, want elke gruwelijke zelfdoding is een ramp. Daarbij komt dat passende hulpverlening bepaald nog geen gemeengoed is. Gloort er met dit voorstel licht aan de horizon?

Zolang de mens op aarde is, beëindigt een aantal zijn leven. Menigeen is aangewezen op vreselijke methoden. Die zijn genoegzaam bekend. Niemand voelt zich hier goed bij. Daarom is er sinds lang een hartstochtelijk streven om mensen voor deze zelfdoding te behoeden. Helaas blijven resultaten achter. Ook in ons land. Alle maatregelen ten spijt, blijven de aantallen schommelen tussen 1700-1800 per jaar. Binnen sommige leeftijdsgroepen zien we wel enige verschuivingen in de methode, bijvoorbeeld afname van het aantal treinsuïcides door allerlei preventieve maatregelen op het spoor, maar door andere methodes blijft het aantal min of meer gelijk. En dan hebben we het slechts over de geregistreerde aantallen. Blijkbaar missen we iets wezenlijks in de benadering van mensen met suïcidale gedachten en mensen die een zelfdodingspoging doen. Het is pijnlijk om vast te stellen, maar de kans is klein dat het voorliggend wetsvoorstel hierin verandering gaat brengen. Voorstel en toelichting blijven steken in meer van hetzelfde. En soms zelfs dat niet. Enkele hoofdpunten kritisch belicht. Gesloten opstelling > Het ontwerp wil de term ‘suïcide’ beperken tot mensen die in eenzaamheid en radeloosheid overgaan tot zelfdoding. Daarmee zegt het voorstel niet dat voor mensen met een doodsverlangen de route via de euthanasiewet een alternatief is. Dat is vanuit de indiener, de ChristenUnie, ook logisch, want evenals haar trouwe bondgenoot SGP moet zij niets van deze mogelijkheid hebben. Per saldo zijn die partijen tegen elke zelfstandige levensbeëindiging, al dan niet met hulp. Met verwijzing zullen zij nooit akkoord gaan. Daarmee is de gesloten opstelling een feit. Terwijl een aantal wanhopige mensen het juist nog opbrengt om hun moeilijke leven vol te houden dankzij de mogelijkheid van een humane weg het leven úít. Deze preventie van gewelddadige zelfdoding wordt hier pijnlijk gemist. Over motieven voor suïcide is het ontwerp zuinigjes. Men komt niet veel verder dan standaardmotieven als alleenstaand, werkloos, armoede, verlies van een naaste door suïcide. Opmerkelijk is dat men LHBTI – seksuele geaardheid en gender – als motief noemt, maar ook hier glijdt het ontwerp uit op de opvattingen van CU en SGP, de twee partijen die in de toelichting nadrukkelijk worden genoemd. Deze twee moeten niets van deze seks- en seksevarianten hebben. SGP-voorman Kees van der Staaij had zelfs een sleutelrol in het hierheen halen van de beruchte Nashville-verklaring, waarin homoseksualiteit een doodzonde is en orthodox-christelijke scholen ouders vragen een verklaring te ondertekenen die homoseksualiteit als ontoelaatbaar kwalificeert. Zolang deze onwrikbare opvattingen nog bestaan, maakt terugdringen van stigmatisering (en erger) van LHBTI’ers geen schijn van kans.

­Open eind > Maar misschien hoeft dit alles voor de indieners ook niet. Want hoe toerekeningsvatbaar vinden zij mensen met suïcidaal gedrag eigenlijk? Dat valt tegen. Met droge ogen kwalificeren zij deze mensen als gevangen ‘in een proces van bewustzijnsvernauwing, waarbij zij vanuit een emotionele crisis een eind willen maken aan hun lijden op dat moment’. Ze hebben daarbij, ik volg nog altijd de toelichting, ‘vaak ambivalente gedachten: enerzijds willen ze dood, anderzijds willen ze blijven leven’. Verder is er ‘vaak een opeenstapeling van lijden wat ertoe leidt dat die persoon op dat moment vaak niet goed [kan] oordelen over het wel of niet doorleven’. Hier zegt men nogal wat. Suïcidale mensen worden met een enkele pennenstreek weggezet als half ontoerekeningsvatbaar. Hiermee wordt de klok tientallen jaren teruggezet. Toegegeven, een zorgelijk aantal psychiaters en psychologen denkt ook nog zo, maar de werkelijkheid is heel anders. Ja, een aantal is in de greep van een ernstige psychiatrische toestand, zoals een waan. Maar veel meer mensen dan velen denken, helaas ook hulpverleners, hebben goed over hun leven nagedacht en zien vanuit hun persoonlijke klemsituatie geen andere weg meer dan het leven úít. Dat kan ook de uitkomst zijn van contact met deze mensen. De essentie van helpend contact is een open gesprek met een open eind. Met een open eind, want al het dichttimmeren van uitkomsten schept afstand, en isolement is het grootste risico op suïcide. De inzet luistert dus nauw en verdraagt geen ‘ja maar’, wat eigenlijk ‘nee’ is. Alleen dan is er een kans dat de persoon in kwestie voldoende vertrouwen voelt om zijn of haar verhaal te doen. Gemiste kans > Dit voorstel staat daar haaks op. De uitkomst mag gewoon geen andere zijn dan: geen suïcide. Dat klinkt mooi en het is ook een lofwaardig streven – zolang het een gewelddadige zelfdoding betreft. Maar met alleen ‘geen suïcide’ zijn we er niet. Denken aan suïcide kan alleszins begrijpelijk zijn en grijpen naar een gewelddadige methode kan voortkomen uit het ontbreken, lees weghouden, van humane uitwegen. Zolang dat laatste de doelstelling blijft, worden veel mensen ronduit weggezet. Dit brengt tot de laatste opmerking. Er zijn zelfdodingen die we, zoals auteur en psycholoog met suïcide als specialisatie René Diekstra schreef in zijn boek Leven is loslaten – over de dood met een grote toekomst, níét moeten voorkomen, mogelijk zelfs moeten bevorderen. Bijvoorbeeld van de mensen die Huib Drion op het oog had met zijn pleidooi voor een laatstewilpil: oude mensen voor wie het leven voorgoed alle kleur heeft verloren, voor wie ook warm contact geen zuurstof meer biedt en die de mogelijkheid willen hebben om hun levenseinde zelf ter hand te nemen. Voor deze groep is preventie precies het probleem. Voor hen is, nogmaals Diekstra, ‘preventie van preventie’ nodig. Deze mensen worden in dit voorstel niet gezien, dan wel weggezet als geestelijk getroebleerd. Conclusie: dit wetsvoorstel treedt mensen met suïcidale gedachten – met de schijn van het tegendeel – juist met gesloten vizier tegemoet. Zelfdoding blijft zo een Groot Te Vermijden Kwaad, in elk geval geen open of zelfs te bevorderen mogelijkheid. Vanuit de initiatiefnemer kan dat ook niet anders. Het heeft er alle schijn van dat de niet-christelijke ondertekenaars een slim opgezette ideologische tekst hebben getekend. Een tekst die door het ontbreken van concrete voorstellen overigens weinig meer is dan een pamflet. Een jammerlijk gemiste kans. •

In de rubriek Opinie leveren auteurs een bijdrage aan de discussie over euthanasie en het levenseinde. Dat doen zij op persoonlijke titel. Hans van Dam is docent en consulent hersenaandoeningen en levenseindevragen.

Tekst Hans van Dam • Illustratie Peter de Wit