ZIJ DIE ACHTERBLIJVEN

Lena (86) begint er zelf over. ‘Dit is geen leven meer’, verzucht ze nauwelijks hoorbaar. Was haar stem er ooit een waar zelfs de god van de donder voor ineen zou krimpen, nu komt ze met moeite boven het zacht zoemen van de ventilator uit. Ze hijgt. Binnen handbereik de medicijnen. Het zijn er nogal wat. ‘De blauwe pillen om bijwerkingen van een roze tegen te gaan’, spot ze. ‘De ene capsule om te voorkomen dat mijn nieuwe hartklep wordt afgestoten, een ander om te plassen. Het maakt niks uit. Ik kan niks, zit hier te malen in mijn sta-opstoel. Mijn tong een droge zemen lap, in mijn tandvlees vallen gaten, nergens heb ik zin in.’ Over de glanzende parketvloer kronkelt een slang die zuurstof van een tank in de slaapkamer naar haar neusgaten leidt. ‘Struikel er niet over’, waarschuwt Trees (79), haar partner sinds ruim een halve eeuw. Ze trouwden vlak voor die hartoperatie. Dat was volgens de notaris het eenvoudigst om haar onbezorgd achter te laten mocht ze het niet overleven, aldus Lena. ‘Ik wilde alles geregeld hebben.’ ‘Alles’ blijkt uitsluitend de financiële kant te omvatten, wat niet zo vreemd is voor een zakenvrouw. Maar wat als ‘dit is geen leven meer’ ernst wordt? ‘Ik ben er niet tegen hoor maar ik ga niet zelf een drankje drinken. Dan wil ik wat mijn zus kreeg toen ze, vlak voor ze 104 zou worden, ziek werd. Iets met palliatie en toen sliep ze heel rustig in. Weet je, al hoop ik dikwijls niet meer wakker te worden, ik hang toch aan het leven. Gek hè?’

Tekst: Marijke Hilhorst