Van wie is de dood eigenlijk?

Zwijgen als de dood nadert

Van wie is de dood eigenlijk? Is het een morele ‘verplichting’ om over je aankomende dood te praten met naasten? ‘We zijn in Nederland heel open en transparant, alles moet bespreekbaar zijn. Maar: wees daarin sensitief’, zegt professor Carlo Leget van de Universiteit voor Humanistiek.

Eva’s zus was een vrijbuiter die naar Frankrijk vertrok. Ze werd verliefd op een geitenhoeder, kreeg een kind en leefde in vrijheid in de bergen. Alles veranderde toen ze borstkanker kreeg en uiteindelijk terminaal werd. Over sterven, afscheid nemen en nalatenschap wilde ze niet praten, wat voor haar naasten een worsteling was. Dat vertelt Eva in aflevering 3 van de podcast Stervelingen van de VPRO. De podcastmaker vraagt zich af: van wie is de dood eigenlijk? Van degene die gaat overlijden? Van de mensen om hem heen, of van allebei? Kwetsbaar begin > Carlo Leget is als hoogleraar Zorgethiek en bijzonder hoogleraar Palliatieve Zorg verbonden aan de Universiteit voor Humanistiek. Hij schreef onder meer de boeken Van levenskunst tot stervenskunst en Ruimte om te sterven en is betrokken bij diverse onderzoeken op het gebied van zorgethiek, zingeving en levenseinde. ‘Dit roept bij mij meteen een wedervraag op’, zegt hij. ‘Want: van wie is het leven eigenlijk? Leven is ons enige referentiekader; we weten niet hoe het is om dood te zijn. Wel weten we hoe kwetsbaar ieder mensenleven begint, en dat we levende wezens zijn omdat we voor elkaar zorgen. Iets is van jou als je het gemaakt of gekregen hebt, zo is de gangbare maatstaf. Je leven heb je gekregen van je ouders. Maar is daarmee je leven van jou?’, vraagt hij. ‘Je bent verantwoordelijk voor je eigen leven zodra je op eigen benen staat. Je maakt ook altijd deel uit van een groter geheel. Kijk alleen al naar de klimaatcrisis: mensen zijn niet het einde van het verhaal. We zijn allemaal ingebed in een groter geheel. Het leven is in die zin van ons allemaal.’ Twee lijnen > De professor ziet het leven en de dood als een ellips met twee brandpunten, die je allebei nodig hebt. ‘Je leven is van jou, en zo ook jouw dood. Maar je hebt ook mensen om je heen, je maakt deel uit van een netwerk. Als het gaat om leven en dood, is het in mijn ogen belangrijk vanuit die twee lijnen te denken en daar balans in te zoeken’, stelt hij. ‘Het gaat om de balans tussen wij en ik. Mijn zus is overleden aan borstkanker, nadat het negen jaar weg was geweest. Ze was pas vijftig, maar koos er toch voor om geen chemotherapie te ondergaan, alleen bestraling. Die beslissingen waren háár weg. Ze was altijd consequent in de keuzes die ze maakte, dus ook dit paste bij haar. Ergens was het, na haar overlijden, troostend dat ze haar eigen pad had gevolgd. Die troost komt ook uit diverse studies naar voren: het helpt als een dood enigszins, op een bepaald punt, te begrijpen is.’

Verbinding houden > Dat blijkt volgens Leget ook uit studies naar de hedendaagse rouwtheorie. We weten bijvoorbeeld al langer dat rouwen ingewikkelder is als mensen geen afscheid kunnen nemen, van iemand die nog in leven is of al overleden is maar wordt vermist bijvoorbeeld. ‘Tegenwoordig zien we in de rouw dat verbinding houden van belang is: naasten blijven verbinding voelen en zoeken met degene die gemist wordt. De verbinding is na de dood alleen op een andere plek, namelijk niet meer in het dagelijkse leven. Dat idee van eeuwige verbondenheid blijkt te helpen in het gemis en in het rouwproces’, zegt hij. Is iemand stervende en wil hij daar niet over praten, zoals in de podcast, dan hoeft dat volgens Leget niet per se problematisch te zijn voor de naasten. ‘Ten eerste is het goed om te beseffen dat iedereen huiver ervaart om over de dood van een ander te praten, laat staan over je eigen dood. Het is zoiets onvoorstelbaars: je kunt niet bedenken dat je bewustzijn er ooit niet meer is. Het is natuurlijk prachtig als iemand in zijn laatste levensfase over zijn emoties, zijn afscheid en zijn nalatenschap wil praten, maar mensen hebben net zo goed het recht dat níét te doen. En dat betekent niet meteen dat diegene in de ontkenningsfase zit of zijn kop in het zand steekt. Dat is een onprettig waarde-oordeel waar je iemand niet mee zou moeten belasten. Kijk liever naar welke betekenis hij nog aan zijn leven geeft en bedenk: het is ergens ook geweldig als iemand in zijn laatste levensdagen de dood geen millimeter ruimte geeft. Kijk dus vooral naar iemands eigen perspectief.’ Meer dan woorden > Het gegeven dat in onze cultuur alles maar bespreekbaar moet zijn, en dat het helend is als je ergens over praat, is volgens Leget helemaal niet dé maatstaf voor ieder individu. ‘We zijn daarin misschien op sommige vlakken een beetje doorgeslagen, en komen dan snel in veroordelende situaties terecht. Wil iemand niet praten over zijn aankomende dood? Neem het niet persoonlijk. Voor sommige mensen zijn bijvoorbeeld alleen zorgverleners de aangewezen persoon om mee te praten, en vooral níét degenen die heel dichtbij staan. Stimuleer dat juist, en kijk naar signalen: waar houdt iemand zich aan vast? Wat biedt hem troost? Misschien kun je samen naar muziek luisteren, voelen wat het oproept. Help papieren ordenen, sieraden uitzoeken’, geeft hij als voorbeeld. ‘Soms zijn woorden niet nodig, of zijn ergens gewoon geen woorden voor...’•

Carlo Leget: ‘Van wie is het leven eigenlijk? Leven is ons enige referentiekader; we weten niet hoe het is om dood te zijn’

Tekst: Brenda Kluijver | illustratie: Rhonald Blommestijn / Foto: Christiaan Krouwels